Posts Tagged ‘Hans Lanters’

Bergsport Awards 2016

Saturday, February 20th, 2016

De NKBV reikt jaarlijks Awards uit voor de beste prestaties in de categorieën ‘Alpiene beklimming’ en ‘Sportklimprestatie’. Afgelopen donderdag kregen Michiel Nieuwenhuijsen en Niels van Veen zo’n Bergsport Award voor hun bijzondere klimprestaties in 2015.

BergsportAward2016_logo

Michiel Nieuwenhuijsen klom in Fontainebleau ‘The Big Island’ 8C. Deze boulder staat te boek als een van de moeilijkste boulders ter wereld. De drie andere genomineerden waren Jorg Verhoeven ‘The Wheel of Life’ 8C/9a+, Vera Zijlstra ‘Les Beaux Quartiers’ 8A en Tim Reuser met ‘Mistral’ 8c+.

Niels van Veen kreeg zijn Award voor de beklimming van de zes klassieke noordwanden van de Alpen: Eiger, Grandes Jorasses, Große Zinne, Matterhorn, Petit Dru en Piz Badile. In de jaren dertig waren dit de laatste ‘grote’ onbeklommen wanden van de Alpen. De legendarische alpinist Gaston Rebuffat was de eerste die deze reeks beklom. Het Limburgse duo Bekendam-Lanters was ook genomineerd in deze categorie maar ging zonder trofee naar huis. De andere genomineerde was Roeland van Oss met zijn snelle beklimming van de moeilijke ‘Cassin’ op Denali in Alaska.

bron: www.nkbv.nl

PetitDru_noordwand-2799

Aiguille du Dru (photo: Paul Lahaye)

In samenwerking met de DAV laat het DMFF op dinsdag 8 maart de film ‘PETIT DRU NORDWAND – DER ZERFALLENE BERG’ zien in het Apollo-Kino van Aken. In deze film beklimmen Parkin en House samen de Petit Dru via de klassieke noordwand route, waarmee ze tevens hun respect tonen voor de prestaties van de eerstbeklimmers in 1935.

Meer informatie over de DMFF films op: www.dmff.eu

Share

De Oscars van de bergsport!

Saturday, January 23rd, 2016

Het Limburgs duo Roland Bekendam en Hans Lanters zijn genomineerd voor de NKBV BergsportAward in de categorie ‘Alpiene beklimming van 2015’. In tegenstelling tot de voorgaande jaren is er deze keer geen publieksstemming maar bepaalt de jury wie er in de prijzen valt. Helaas en onbegrijpelijk is de onderscheiding voor de meest getalenteerde jeugdklimmer dit jaar geschrapt van het NKBV-feestje.

Hans Lanters in de vijfde lengte van de steilwand. (photo: Roland Bekendam)

Roland en Hans hebben hun nominatie te danken aan de beklimming van de moeilijke en zelden beklommen ‘Directe André Georges’ op de Dent Blanche in de Walliser Alpen.

Meer informatie over de BergsportAwards op: www.nkbv.nl

Share

Het zwitserlevengevoel!

Thursday, August 6th, 2015

Wijn, kaas en bergen zijn de ingrediënten voor een vakantie in de Zwitserse Alpen. Van de 82 vierduizenders in de Alpen liggen er maar liefst 47 in het Zwitserse kanton Wallis. De hoogste berg van Zwitserland is de 4634 meter hoge Dufourspitze en de bekendste natuurlijk de Matterhorn (4478 m).

De Dent Blanche (4357 m) is voor de meeste toeristen niet zo bekend als de Matterhorn maar deze rotsgigant behoort tot een van de moeilijkste vierduizenders van de Alpen. Markant zijn de vier graten: Wandflue-, Ferpècle-, Vier ezels- en de noordgraat.

De Vier ezelsgraat behoort tot een van de grote klassieke ‘Überschreitungen’ (D/D+) en men zegt dat de route zijn naam dankt aan een van de eerstbeklimmers die zichzelf en zijn drie klimpartners maar ezels vond om over deze gevaarlijke losse rots de berg te beklimmen. De moeilijke noordgraat ((D+/TD-) wordt maar zelden beklommen en de noordwand (TD) behoorde ooit tot de grote noordwanden van de West-Alpen. Door de klimaatopwarming en ‘Ausaperung’ wordt laatstgenoemde wand nog maar zelden gedaan vanwege het steenslaggevaar.

Roland Bekendam en Hans Lanters gingen op zoek naar het zwitserlevengevoel en klommen een variant op de moeilijke noordgraat van de Dent Blanche:

“Op 17 juli beklommen wij de “Directe André Georges” op de Dent Blanche (4356 m) in de Walliser Alpen. De route is 800 meter hoog en verloopt over de noordgraat, die overgaat in een platenzone, en dan wordt afgesloten door een verticale steilwand van 350 meter hoogte. Het is één van de grote routes van de Walliser Alpen, die niet vaak wordt herhaald. De laatste beklimming voor ons was in 2010 door Patrick Gabarrou. De moeilijkheidsgraad is TD+/ED- (VI). De ambiance en het engagement van de beklimming, vaak losse rots en geen mogelijkheid om over de route terug te keren, herinnerde ons aan de Zmuttnase op de Matterhorn.

De 'Directe André Georges' op de Dent Blanche. (photo: Roland Bekendam)

Voor het zover was, moest ik eerst nog afrekenen met een ineens vastzittende rug. Mede dankzij de over de telefoon ingewonnen tips van Danny was dit probleem na twee dagen verholpen, en konden we gaan acclimatiseren, vanuit het Bouquetin bivak, op de Mont Brulé (13 juli) en de traverse van de Bouquetins (14 juli). Om niet te moe te worden hebben we de noordtop laten zitten.

Op weg naar het Bouquetin bivak. Op de achtergrond de Bouquetins. (photo: Roland Bekendam)

Hans op de Bouquetins traverse. (photo: Roland Bekendam)

Op 15 juli daalden we af vanuit de Bertolhut naar het dal. Vanwege de warmte stonden we de volgende dag weer om 4 uur op voor de lange aanloop naar het Dent blanche bivak, een prachtig gelegen hutje op 3507 meter.

Op 17 juli stonden we om half vier op voor het hoofddoel van onze klimweek.

Dent Blanche bivak. (photo: Roland Bekendam)

We naderen de steilwand, nu nog met mooi weer. (photo: Roland Bekendam)

Onderin de steilwand, met daaronder de noordwand waar voortdurend stenen naar beneden vallen. (photo: Roland Bekendam)

Roland in de vierde lengte van de steilwand. (photo: Hans Lanters)

In de vijfde lengte van de steilwand. (photo: Roland Bekendam)

Aan het begin van de sleutellengte, vlak voordat het begint te hagelen. (photo: Hans Lanters)

Hoewel het weerbericht een mooie dag had voorspeld, begon het al om 13 uur te onweren, net toen ik midden in de sleutellengte zat. Hagel maakte de rots snel nat. De aflopende greepjes in de stijgende traverse waren hierdoor niet te gebruiken, en ik kwam er maar net doorheen. Daarna bereikte Hans ook, net als ik met kunst- en vliegwerk, ongeschonden het relais. Ook na anderhalf uur wachten bleef de rots nat.

De rots is te nat en we moeten wachten. (photo: Roland Bekendam)

We kregen het koud en moesten verder, om niet vast te komen zitten. Gelukkig had de natte rots toch net genoeg wrijving, en konden we uit de steilwand ontsnappen. Daarna konden de bakken weer aan en volgden nog enkele minder moeilijke, maar nog lossere lengtes. We dachten een bivak te kunnen vermijden. Helaas begon het vlak onder de top weer te onweren, en we zagen drie keer de bliksem inslaan op het topkruis.

De laatste 100 meter naar de top in weer verslechterend weer! (photo: Roland Bekendam)

Alweer wachten. Hans steekt zijn vinger op voor het weerbericht. Hier zullen we later besluiten om te bivakkeren. Boven het topkruis. (photo: Roland Bekendam)

Hierdoor waren we gedwongen te wachten en uiteindelijk te bivakkeren in een reddingsdeken. We hadden weinig kleren en geen slaapzak, en na een nacht bibberen leidde Hans ons de volgende morgen over de laatste, nu besneeuwde rotstorens naar de top.

Eindelijk op de top om 8 uur in de ochtend. (photo: Roland Bekendam)

Van een vriendelijke Zwitser kregen we elk een reepje. De afdaling over de zuidgraat ging over bomvaste rots. We deden het rustig aan want we waren natuurlijk moe. Na 3.5 uur over de graat kachelen, onder een opnieuw dreigende lucht, bestelden we in de Dent Blanche hut soep, omelet en koffie.

Super om samen weer eens een mooie West Alpen-tocht te maken!

– Roland Bekendam –“

De Dent Blanche met onze beklimmingsroute op de linker- en de afdaling over de rechter skyline. (photo: Roland Bekendam)

Klik op een foto voor een groter formaat.

Share

Een Limburgse ontmoeting in de Hasse-Brandler

Wednesday, April 1st, 2015

De Drei Zinnen zijn onderdeel van de Dolomieten in het Italiaanse Zuid-Tirol. De unieke rotsformaties werden meer dan 90 miljoen jaren geleden gevormd door opstuwende koralen en riffen die later nog eens bewerkt door de ijstijden. Het was niemand minder dan Reinhold Messner die ervoor zorgde dat dit unieke berggebied in 2008 werd bekroond met een plaats op de Werelderfgoedlijst van UNESCO.

Geisler/Odler-massief met het St.Johann kerkje in Ranui (photo: Leonardo Horta)

De unieke rotsformaties van de Drei Zinnen trekken al sinds de eerstbeklimming in 1869 klimmers aan van heinde en verre.

Tijdens de run op onbeklommen noordwanden schrijven Emilio Comici en Guiseppe en Angelo Dimai in 1933 geschiedenis met hun eerstbeklimming door de imposante noordwand van de Große Zinne. Deze ‘Comici’ is tot op de dag van vandaag een van de bekendste noordwandroutes van de Alpen.

De noordwanden van de Drei Zinnen (photo: Leonardo Horta)

In 1958 timmerden Dietrich Hasse, Lothar Brandler, Jörg Lehne en Sigi Löw zich een directe weg omhoog door de noordwand. Het is het begin van het tijdperk van de ‘direttissima’s’. Meer dan 180 haken blijven achter in de 550 meter hoge wand en de gradering van hun nieuwe route is VI-A2/A3. Lange tijd geldt de route als de moeilijkste rotsroute van de Alpen. In 1987 klimmen Kurt Albert en Gerold Sprachmann deze route, de ‘Hasse-Brandler’, volledig vrij (tot 7a+). Dit was een indrukwekkende prestatie voor de 80’er jaren die in 2002 werd opgevolgd door de indrukwekkende solobeklimming van Alexander Huber.

Große Zinne noordwand met links de "Hasse-Brandler" en rechts "ISO 2000" (photo: Roland Bekendam)

Elke zomer organiseert de NKBV-commissie ‘Expedities & Alpiene Topsport’ (CEAT) een meeting om klimmers en alpinisten met ambities met elkaar in contact te brengen. In de zomer van 2014 resulteert dit in een bijzondere ontmoeting tussen twee Limburgers die samen de ‘Hasse-Brandler’ instappen, Hans Lanters en Wouter Lancee.

Hans Lanters behoort tot de oudgedienden die ooit nog leerde klimmen op de kiezels van Nideggen, vakantie na vakantie het klimniveau opschroefde en zo zijn grenzen steeds verlegde. Wouter Lancee daarentegen groeide op in Landgraaf en leerde klimmen op het plastic van Neoliet Heerlen en Monk in Eindhoven. Onder het mentorschap van Ingmar Cramers ontwikkelde hij zich tot een gepassioneerd sportklimmer, maar Wouter wilde meer. Gedreven door zijn alpiene ambities gaf hij zich op voor de CEAT-meeting in de Dolomieten.

Wouter zijn verslag:

“Ik krijg een mailtje van een onbekende klimmer, genaamd Hans Lanters. “Hoi Wouter, ik doe volgende maand ook mee aan de CEAT meeting in de Dolomieten en wil de week daarvoor al wat gaan klimmen. En ik ben nog op zoek naar een klimpartner.”

Navraag en een telefonische kennismaking doen vermoeden dat Hans iets meer alpiene ervaring heeft dan ik. Hans was al voor mijn geboorte met alpinisme bezig, en is daar nooit mee gestopt. Mijn alpiene ervaring beperkt zich tot een paar weken klimmen in de Dolomieten. Die weken met Enzo Nahumury hebben me wel duidelijk gemaakt dat alpinisme totaal anders is dan sportklimmen. Routezoeken, het plaatsen van mobiele zekeringen, en klimmen in terrein waar vallen niet wenselijk maken alpinisme mentaal een stuk zwaarder dan sportklimmen. Sindsdien heb ik vaker aan ervaren alpinisten gevraagd of ze me mee wilden nemen op een alpiene tocht. Maar dat is er nooit van gekomen. Tot nu.

Inklimmen op de Alvera Kante van de Cima Bois (photo: Hans Lanters)

Inklimmen
De eerste inklimtocht, de Alvera Kante op de Cima Bois, brengt het Dolomietengevoel meteen terug. Lengtes die makkelijk lijken worden lastig door losse meuk, het zoeken naar nutplaatsingen, ver boven een zekering doorklimmen, en rots die door planten, modder, gruis, water en andere ellende verre van optimaal is. En toch geniet ik van het gevoel een grote wand te beklimmen, dat alles wat je doet leidt tot een hoger doel.

De tweede route die we doen is technisch gezien wat moeilijker. Maar Company Segundo op de Col de Limena is veel makkelijker af te zekeren door alomtegenwoordige boorhaken. Het klimmen voelt desondanks spannend door de luchtigheid en de alpiene ambiance. De goede afzekering maakt dat ik wat makkelijker en vrijer klim en langzaamaan krijg ik meer zelfvertrouwen.

Omdat het weer niet optimaal is deze weken, kunnen we geen grote routes doen. Het is zoeken naar een goede weather window om een wat serieuzere toch aan te gaan pakken. Als dat moment zich aandient vraagt Hans of er routes zijn die op mijn verlanglijstje staan. Ik ken helemaal niet zoveel routes in de Dolomieten. En de Comici op de Grosse Zinne heeft Hans al lang een keer gedaan. Dus ik zeg niet helemaal vermoedend wat dit inhoudt: “De Hasse Brandler?”

Het serieuze werk
Als we de Hasse Brandler ingaan vraagt Hans aan mij: “weet je het zeker?” Bij mij speelt het idee door mijn hoofd dat ik de route vrij kan klimmen. Met een paar lengtes van rond de 7a, en een uitschieter 7a+ lijkt het niet onmogelijk. I couldn’t have been more wrong.

De auteur in het onderste deel van de 'Hasse Brandler' door de noordwand van de Große Zinne (photo: Hans Lanters)

De eerste lengte stappen we verkeerd in. Ik moet een gloednieuwe cam opofferen, die ik na een half uur prutsen nog steeds niet uit een spleet krijg. Vervolgens traverseren we luchtig over onbegaan terrein naar de eigenlijke route. De eerste lengte (V+) zit erop, we hebben tijd verloren met de cam en het routezoeken. We moeten snel verder. De combinatie van prestatiedrang en wegtikkende tijd zorgen dat ik gespannen klim.

Een paar lengtes verder word ik op mijn nummer gezet. Een luchtige 6b+ die vertrekt vanuit een hangstand valt onweerlegbaar buiten mijn comfort zone. Bij de eerste tekenen van lichte verzuring vraag ik een blokje aan. Er zullen er nog vele volgen.

Langzaam krijg ik het gevoel te pakken. Ik wen aan de hoogte en aan het terrein. Maar de sleutellengtes hangen letterlijk als een zwaard van Damocles boven mijn hoofd. Hans doet heel luchtig over deze passages: “och dat is gewoon een beetje acrobatisch aan haken trekken, daar komen we wel uit”. Ik vraag me af of hij dat zegt om mij gerust te stellen, of dat hij dat ook echt denkt. Het werkt wel.

Alles of niets
Na een korte pauze op een mooi plateau beginnen we aan de overhangende sleutellengtes. Ik klim de eerste lengte. De passen zijn fysiek en de mephaken slecht. Ook is de route nat vanwege eerdere regenbuien. Alle ambities om vrij te klimmen heb ik allang achter me gelaten. Daardoor voel ik me veel vrijer en geniet ik zowaar af en toe. Toch blijft het wennen en spannend. De route is zwaar, en om de lastigste passen artificieel te maken moet je de slechte mephaken vol belasten

Wouter volgt een stoomcursus artificieel klimmen op dubieuze mephaken (photo: Hans Lanters)

Hans klimt de volgende sleutellengte. Voor mij een demonstratie artificieel klimmen. Zo snel mogelijk klimmen, met minimaal energieverlies. Ik klim de lengte snel en minder efficiënt na. Er volgen nog twee van dit soort lengtes. En inmiddels krijg ik een soort van ritme te pakken. Ik verbaas me er wel over hoe zwaar dat artificieel klimmen door een overhang is. Staan in schlinges werkt maar matig, en hoe je ook wendt of keert, je moet omhoog. Dat kost kracht. Soms vind ik het eenvoudiger om de grepen te gebruiken dan je steeds maar weer aan de setjes omhoog te hijsen. Ik merk dat mijn vingers helemaal niet getraind zijn om zo vaak aan setjes te moeten trekken. Doe mij maar een greepje.

Na de sleutellengtes volgen er op papier eenvoudigere lengtes. Maar ze zijn nog steeds verticaal tot licht overhangend, met stevige fysieke passen. De vermoeidheid begint nu parten te spelen. Sterker nog, ik ben nog nooit zo kapot geweest. De 4 lengtes artificieel klimmen hebben mij armen uitgeput. Als ik een pas moet afblokken schieten de krampen vanuit mijn biceps tot in mijn vingers. Ergens is het mooi om in deze staat 6a lengtes te moeten klimmen. Je moet voor iedere pas volledig gaan, en je hebt geen reserves meer. Bijkomend is dat we totaal gecommitteerd zijn, vanwege het traverserende karakter van de route is er geen terugweg mogelijk.

De laatste ‘cruxlengte’ is een 4+ schoorsteen, die nooit droog is. Het is mijn eerste schoorsteen ooit. En deze schoorsteen zit vol met verklemde blokken maatje koelkast, waardoor de route een soort kruising wordt tussen een overhangend dak en een schoorsteen. Verder zijn de wanden door het continu druppelende water in de loop der jaren bekleed met vijverslijm. Niet echt ideale condities voor je eerste schoorsteen. De moeilijkheid van de route is om te geloven in de wrijving van het vijverslijm, terwijl je rugzak vast komt te zitten onder de verklemde blokken. Mentaal en fysiek vastzittend voel ik dat ik een nieuw arsenaal aan technieken moet aanboren. Met behulp van hardgrondig vloeken lukt het me de passage te overwinnen. Opgelucht en onder de drab maak ik stand en kijk naar de laatste eenvoudige lengtes die ons van de top scheiden. We gaan het halen.

Een ervaring rijker
Om half 9 ’s avonds bereiken we de top. En wacht ons een doolhof dat de normaalroute heet. Hans blijft tot spoed manen. Waar ik steeds weer probeer in de topo te kijken om te zien of we nog goed zitten, maakt Hans tempo en klimt af. Ik moet volgen of afhaken. Op mijn aanwijzingen klimmen we verkeerd. En onder Hans’ leiding komen we toch weer op het goede pad uit. In dit terrein ben ik als sportklimmer niet in mijn element. Volgens Hans red ik me uitstekend. We zijn inmiddels ruim 16 uur onderweg, en ik beweeg zonder problemen door dit terrein. Niet slecht voor een beginner, vindt Hans.

Bij het routezoeken in klassiekers als deze is gevoel net zo belangrijk als zicht: Heerlijk gladgeklommen rotsen betekenen dat massa’s mensen je voorgingen. En dan zit je goed. Net op tijd voor het pikkedonker komen we op de juiste route en klimmen we de laatste meters af. Geholpen door het brakke schijnsel van mijn oude hoofdlampje en de heldere maan traverseren we een aanvriezende sneeuwhelling en komen we op het pad. Een uurtje later bereiken we de auto. Wat een route. Wat een dag!

– Wouter Lancee –“

Met dank aan Roland Bekendam, Leonardo Horta en Hans Lanters voor de indrukwekkende foto’s en Wouter voor het verslag!

Klik op een foto voor een groter formaat.

Share

PIONIERE DER NORDWAND

Sunday, February 22nd, 2015

DMFF#5 is hét festival van de klimfilms! En dan hebben we het niet over films met Nederlandse egotrippers en pindakaas-blabla, maar over films met échte helden en hun prestaties. Bijvoorbeeld de film over de Zwitserse berggids Michael Lerjen en zijn Argentijnse klimpartner Jorge Ackermann die in 2012 de ‘Gogna’ als eerste in één dag probeerden te beklimmen: MATTERHORN: DAS LETZTE WORT HAT DER BERG – PIONIERE DER NORDWAND

Michael Lerjen en Jorge Ackermann in hun poging de ‘Gogna’ in één dag te beklimmen (photo: DAS LETZTE WORT HAT DER BERG – PIONIERE DER NORDWAND)

De Matterhorn kent iedereen als symbool voor de Zwitserse Alpen, maar de betekenis van deze berg gaat veel verder dan dat. In de 19e eeuw was de berg al berucht omdat hij onbeklimbaar leek en dit zorgde voor een internationale run om de eerstbeklimming. Op 13 juli 1865 kwam deze strijd tot een einde toen Italiaanse berggidsen de Matterhorn via de Italiaanse kant probeerden te bedwingen en een Zwitsers-Engels Team onder leiding van de Engelsman Edward Whymper die hetzelfde beoogden, maar dan vanaf Zermatt. De overwinning ging naar Whymper en zijn team die de top via de Hörnligraat als eerste beklommen. Whymper schreef op 14 juli geschiedenis, maar de prijs hiervoor was hoog want tijdens de afdaling verongelukten er 4 klimmers van zijn 7-tallig team.

In de jaren 20 en 30 van de vorige eeuw verplaatste de strijd van onbeklommen toppen naar de laatste onbeklommen ‘grote’ noordwanden. Het waren de Eiger, Grandes Jorasses en de Matterhorn die te boek staan als “the last three big problems of the Alps”. In 1931 hadden de broertjes Schmid hun zinnen gezet op de noordwand van de Matterhorn en vertrokken op de fiets(!) vanuit München richting Zermatt. De broers schreven de eerstbeklimming van deze imposante noordwand op hun naam en ontvingen hiervoor in 1932 zelfs een Olympische gouden medaille, die Toni Schmid helaas niet meer in ontvangst kon nemen door een dodelijk ongeluk in de noordwand van de Wiesbachhorns.

Door de aantrekkingskracht die de wand heeft, speelt hij ook een cruciale rol bij de ontwikkeling van het moderne alpinisme. In 1965 beklimt de Italiaan Walter Bonatti de noordwand via een nieuwe route, solo en in de winter. Hij heeft hiervoor 4 dagen nodig. Bonatti is zijn tijd ver vooruit en zijn routes behoren tot op de dag van vandaag tot de grote der Alpen.

In de jaren 60 en 70 worden veel wanden artificieel beklommen met alle gevolgen van dien. Het zijn de jaren van de direttissima’s en volgetimmerde hakenlijnen door de tot dan toe schijnbaar onbeklimbare wanden. Echter, in 1969 meldden de Italianen Alessandro Gogna en Leo Cerruti zich in Zermatt om de onbeklommen Zmutt-Nasse door de noordwand van de Matterhorn op hun naam te schrijven. 4 dagen hadden Gogna en Cerruti nodig voor de steile wand. De route gaat de boeken in als ED+ (VI+/A3) en behoorde daarmee lange tijd tot de moeilijkste route van de Alpen. Gogna en Cerrutti lieten zien dat de limiet van het alpinisme niet gezocht moest worden in materiaal maar in het menselijk vermogen:

“In 1969 it was up to us to decide whether we would find solutions in ways that relied on climbing skill, with minimal gear, or whether we’d adopt any conceivable technology. The problem that I considered “final,” after which nothing in the Alps would be worth the trouble, was the Zmutt Nose. For me, it was one that should be solved using only the most strictly necessary equipment, no bolts and no fixed ropes. Years later, this would be called alpine style. The Zmutt Nose, on the Matterhorn’s north-northwest face, is more than 1200 meters long, with a gain of about 2000 meters. It is a majestic setting, a world of its own, a dolomite wall at the heart of the Matterhorn.

Its first section, about 450 meters long, consists of a sixty-five-degree mixed rock and ice slope, with the potential for rockfall. The second, about 500 meters long, contains an unusual stratification: roofs and overhangs separated by bands with sloping holds—all of which repel aspiring climbers. Although the third segment has been battered smooth, it’s less difficult. Precisely for this reason, however, it can hide surprises in bad weather that cannot be underrated, especially after four days of climbing: the more blasted the wall, the more heavily it can be sheathed in snow.

– Alessandro Gogna -“

Hans Lanters tijdens de beklimming van de 'Gogna' in 1989 (photo: Roland Bekendam)

In 1989 droomden de Limburgers Roland Bekendam en Hans Lanters van een herhaling van de moeilijke ‘Gogna’ die toen nog maar een handvol herhalingen telde. In die nazomer klommen Roland en Hans in drie dagen de Gogna-route, die door het dunne laagje ijs op de rotsen nauwelijks af te zekeren bleek. Tot op de dag van vandaag een ongekende prestatie voor Nederlandse begrippen!

Roland Bekendam tijdens de beklimming van de 'Gogna' in 1989 (photo: Hans Lanters)

Drie jaar geleden probeerden de jonge berggids Michael Lerjen en Jorge Ackermann de ‘Gogna’ in één dag te beklimmen, iets wat nog niet eerder gedaan was. Deze spannende en uitdagende beklimming is te zien in de DMFF-film MATTERHORN: DAS LETZTE WORT HAT DER BERG – PIONIERE DER NORDWAND (uitgebracht in Oostenrijk door Jochen Hemmleb en Gerald Salmina op 9 november 2012). De film laat echter veel meer zien en toont de lange en bijzondere geschiedenis van deze imposante wand, het is een must see voor elke alpinist en klimmer!

Michael Lerjen en Jorge Ackermann met op de achtergrond de Matterhorn noordwand (photo: DAS LETZTE WORT HAT DER BERG – PIONIERE DER NORDWAND)

Mis het niet volgende week zaterdag en bestel hier je tickets: www.dmff.eu

Share

Lezingen

Thursday, January 17th, 2013

Double Dutch Khumbu 2012:

In november publiceerden we het Double Dutch verslag van het Limburgs duo Roland Bekendam en Hans Lanters. De Khumbu Himalaya was het strijdtoneel van Double Dutch, een gebied dat ook wel bekend staat als het overgangsgebied naar het dak van de wereld met reuzen als Everest en Cho Oyu. Ondanks dat ze niet alle klimplannen konden realiseren, kijken Hans en Roland terug op een spannend avontuur met mooie momenten.

Zaterdag 19 januari staat het duo in het hoofdprogramma van het DMFF in de Stadsschouwburg van Heerlen! Wie deze voorstelling mist krijgt nog een herkansing want op 25 januari geven Hans en Roland de lezing ook nog een keer in Rocca Gulpen.

Datum: vrijdag 25 januari 2013
Locatie: ROCCA Sport & Adventure, Landsraderweg 13 in Gulpen
Aanvang: 20:00 uur
Entree: gratis
Info: +31 (0)43 – 450 47 47 of info@rocca.nl
Organisatie: Rocca Gulpen

Panorama van de Double Dutch, vlnr: Everest, Nuptse, Lhotse, Cholatse en rechts de graat van de Taweche (photo: Roland Bekendam)

 

What about the Half thats never been told:

De jonge Belgische klimmers Yannick de Bièvre en Sam van Brempt vertellen over hun klimervaringen in Kirgizië, Peru, Alaska en Patagonië. Zij nemen u mee op een verkenningstocht tussen hoge toppen en diepe dalen vol beeld, geluid en emoties!

Yannick en Sam beleefden de gekste avonturen: een 7000-er in Kirgizië, de prachtige bergen in de Peruaanse Andes, een moeilijke route op Noord-Amerika’s hoogste en koudste berg, maar ook dichter bij huis in de Alpen werd er stevig geklommen.

Tijdens deze avonturen werden zowel de pieken als dalen gefotografeerd en gefilmd, die zij nu met u willen delen. Zij nemen u mee op een visuele trip van verlangens, dromen en tegenslagen van echte bergliefhebbers met passie. Meer info op www.limburg.nkbv.nl.

Datum: vrijdag 26 april 2013
Locatie: Café/Zalencentrum Keulen, Schoolstraat 3 in Klimmen
Aanvang: 20:00 uur
Entree: € 5,00 voor NKBV-leden (lidmaatschapskaart!) en € 8,00 voor niet-leden.
Info en aanmelden: abijlsma@tellenge.nl
Organisatie: NKBV Regio Limburg

Share

Verslag Double Dutch Khumbu

Wednesday, November 28th, 2012

In september konden jullie al lezen dat het Limburgs duo Roland Bekendam en Hans Lanters in de startblokken stond voor hun vertrek naar de Khumbu Himalaya in Nepal. Een gebied dat ook wel bekend staat als het overgangsgebied naar het dak van de wereld met bekende toppen als de Mount Everest en Cho Oyu. Inmiddels is de Double Dutch Khumbu 2012 weer veilig thuis en ondanks dat zij helaas niet al hun dromen waar konden maken, kijken Hans en Roland terug op een spannend avontuur met veel mooie momenten.

Rechts de Taweche met zijn hoofd- en noordtop. Links Cholatse. (photo: Roland Bekendam)

Lees Roland zijn verslag en kom naar zijn lezing op het internationale Dutch Mountains Film Festival van 18, 19 en 20 januari 2013 in Heerlen!

“Na ruim een week in de bergen zijn Hans en ik klaar voor ons eerste klimdoel, de 1000 meter hoge, grotendeels nog onbeklommen oostwand van de Kyajo Ri (6186 meter). Op 20 oktober klimmen we de eerste twee lengtes en hijsen de kleine haulbag naar het bovenste relais. Als we weer terug zijn bij de tent, hebben we geen van beiden echter een goed gevoel over de route. Deze lijkt weliswaar qua moeilijkheid geen probleem, maar na 11:30 uur is de zon weg en duikt de temperatuur naar -10 graden, nogal koud voor een rotsroute. Op zich is dat ook nog wel te doen, zij het dat we door de kou meer tijd nodig zullen hebben dan gepland. Belangrijker is dat de wand geheel droog is en geen sneeuw of ijs bevat. Dit zou betekenen dat we drie dagen niets te drinken en nauwelijks te eten hebben. We hebben al 35 kg aan gewicht mee te nemen, en ook nog vele kilo’s water erbij is geen optie. We zouden ook niet weten waar dat water in te stoppen. Deze wand is voor het voorjaar, wanneer er sneeuw in de wand ligt en het veel minder koud is. We zijn het al snel eens de volgende dag de haulbag op te halen en weer af te dalen naar Machermo. Daarna gaan we over een pas van ca. 5400 meter naar het westen. De afdaling aan de andere kant is ook droog, dus we moeten over stijl puin en rotsplaten een weg zoeken. We kamperen uiteindelijk op 5200 meter aan een bevroren meer. De dikte van het ijs bepalen we met een ijsschroef, want de volgende dag moeten we hierover heen. Vanaf dit kampje beklimmen we de volgende dag, 24 oktober, de Kyajo Ri via de 40 a 50 graden steile zuidwest-flank.

Roland in de zuidwestflank van de Kyajo Ri (photo: Hans Lanters)

Hans in de zuidwestflank van de Kyajo Ri (photo: Roland Bekendam)

Het couloir naar de flank bestaat uit ronde blokken, maar de flank zelf biedt perfecte firn, zij het onderbroken door een rotsband van 100 meter, die er een paar jaar geleden nog niet was. Helaas bleek dit de enige dag met echt slecht weer te zijn. Eerst verschijnen er cirruswolken, dan trekt het dicht en gaat het sneeuwen. We willen nu echt graag naar de top en laten ons niet tegenhouden. Voor het topgraatje pakken we het touw nog even uit en om half drie staan we op het hoogste punt, zonder uitzicht helaas. Door de verse sneeuw is de afdaling door het keien-couloir een glibberpartij, maar om zeven uur zijn we weer terug bij de tent.

Roland op de top van de Kyajo Ri (photo: Hans Lanters)

Daarna staat de eerste beklimming van de noordgraat van de Taweche (6501 meter) op het programma. We hebben de graat al van alle kanten goed kunnen bekijken. Er zitten steile stukken in en een kilometer lange scherpe, knife-edge graat tussen de nog onbeklommen noordtop van ca. 6350 meter en de hoofdtop. Maar door de goede sneeuwcondities op de Kyajo Ri zijn we optimistisch. De klim naar de col tussen de Cholatse en de Taweche blijkt niet eenvoudig te zijn. Tot 5400 m ligt er geen sneeuw, en dat betekent dat we over gletscherpuin omhoog moeten. Haast iedere kei beweegt, zo’n gribus hebben we in de Alpen nog niet meegemaakt. Het is zo vermoeiend, dat we vanuit een kampje op 5050 meter, tot waartoe drager Lakudan ons geholpen heeft, slechts 300 meter hoger komen en de lasten in twee keer omhoog dragen. Bij een eerste poging het couloir onder de col in te komen stuit ik op verticaal bevroren puin. We proberen het daarna wel met succes in de brakke rotsen meer rechts. Hier gaan we de volgende dag omhoog. Na een enge stijgende traverse met drytool-bewegingen in bevroren puin staan we in de steile poedersneeuw. Nog redelijk vroeg in de middag komen we op de col aan. Er zijn hier slechts één maal eerder mensen geweest, een Britse expeditie in 1983. We zien nog een restje touw hangen. Na twee uur hakken staat het tentje op de messcherpe graat. We hebben prachtig uitzicht op Everest, Lhotse en Makalu.

Hans op de noordgraat van de Taweche, met bovenaan in beeld het omkeerpunt (photo: Roland Bekendam)

De volgende dag, 5 november, gaan we op weg naar de noordtop. De hoofdtop hebben we al afgeschreven, omdat we twee dagen langer onderweg zijn geweest en onze voedselvoorraden al erg krap waren. Zoals het hele seizoen, is het koud (- 25 graden) en de donsjas komt goed van pas. We voelen ons sterk en klimmen zonder touw snel over de graat. We denken aan het begin van de middag op de noordtop te zijn, maar aan die droom komt ruw een einde. We stuiten op een 100 meter hoog, vrijwel verticaal gedeelte van rotsen met een paar meter poedersneeuw erop. De bijlen hebben hier geen enkel houvast en zekeringen aanbrengen is niet mogelijk. We hebben geen keus en besluiten een beetje teleurgesteld om te draaien.

Roland bij het omkeerpunt op de noordgraat van de Taweche (photo: Hans Lanters)

Daarna beklimmen we nog de Pokalde (5810 meter) in een lange dag vanaf Pheriche. De laatste week heb ik te kampen met een darminfectie en breng heel wat uren door op het toilet. Ik val 7 kg af, maar het voordeel is dat ik nu in uitstekende sportklimconditie ben. Terugkijkend, hebben we alles bij elkaar een goede tijd gehad. Er waren teleurstellingen, maar we hebben spannende avonturen beleefd en mooie foto’s gemaakt. Heel belangrijk is dat we goed hebben samengewerkt en het altijd eens waren over wat we wel en niet gingen doen. Daarnaast hebben we weer veel geleerd en veel ervaring opgedaan. Kortom, succesvolle mislukkingen.

– Roland Bekendam –“

Share

DOUBLE DUTCH KHUMBU 2012

Sunday, September 23rd, 2012

Op 7 oktober vertrekt het Limburgs duo Roland Bekendam en Hans Lanters naar de Khumbu Himalaya in Nepal, ook wel bekend als een overgangsgebied naar het dak van de wereld met toppen als de Mount Everest en de Cho Oyu. De laatste 10 jaar wordt dit gebied steeds vaker bezocht door kleinschalige alpiene teams die routes beklimmen op de 6000 meter hoge pieken. Veel van deze bergen bieden uitdagende technische routes en bovendien zijn er nog volop eerstbeklimmingen mogelijk.

De Double Dutch Khumbu 2012 heeft als doelstelling om in oktober en november twee bergen te beklimmen via nieuwe routes in alpiene stijl:

De Kyajo Ri (6186 meter) is de eerste berg met als doel de eerstbeklimming van de duizend meter hoge oostwand. Zowel in 2003 als in 2011 werden al door Nederlanders pogingen gedaan om deze onbeklommen lijn te beklimmen. De Kyajo Ri kan daarom met recht als een echte “Nederlandse” berg bestempeld worden.

De onbeklommen oostwand van de Kyajo Ri (photo: Roland Bekendam)

De tweede berg is Taweche, of Taboche, Tawoche, Tobuche, Tawache, Tāuje … allemaal verschillende namen voor één berg. Ook over de hoogte bestaat er geen duidelijkheid: 6542, 6367, 6515 meter … De NMA (Nepal Mountaineering Association) houdt 6501 meter aan waardoor de berg als een “echte” top (verplicht permit en liaison officer e.d.) geregistreerd staat. DDKT 2012 heeft zijn zinnen gezet op de eerstbeklimming van de N-NW graat, die omhoog voert vanuit de col tussen Cholatse en Taweche, waarbij de route ‘en passant’ nog een onbeklommen voortop overschrijdt van ± 6350 meter.

Taweche met zijn maagdelijke noordgraat, loopt van rechts naar links via een nog onbeklommen top (photo: Roland Bekendam)

Roland en Hans zijn oudgedienden binnen de Nederlandse klim- en bergsport met een indrukwekkende staat van dienst. Weliswaar zijn beiden 50-plus maar nog altijd actief en gezamenlijk vertegenwoordigen zij meer dan 65 jaar alpiene ervaring!

Share

Mannen met ballen

Tuesday, August 14th, 2012

De Limburgers Roland Bekendam en Hans Lanters (eigenaar klimhal Rocca Gulpen) klommen woensdag 4 juli de Noordoost kante “Via Oggioni” op de Spiz d’Agnèr in de zuidelijke Dolomieten.

De route werd geopend in 1961 door Armando Aste, samen met Solina en Miorandi, en opgedragen aan hun overleden vriend Andrea Oggioni, die eerder dat jaar was verongelukt tijdens de eerstbeklimming van de Frêney peiler op de Mont Blanc.

View to Monte Agner and Spiz d'Agnèr (photo: Mario Drufovka)

Met een gradering van ED-/VI+ (VII- obl.) en 750 meter wandhoogte behoort deze tocht misschien niet tot de moeilijkste, maar door het geëxponeerde terrein en de ruige omgeving wel tot een van de wildste avonturen van de Dolomieten! In het routeboek (Tourenbuch) van het Bivak-hutje zijn van 1986 tot 2005 slechts 12 herhalingen geregistreerd!

“Wer hier einsteigt, sollte über eine umfassende alpine Erfahrung verfügen, denn die Route ist anspruchsvoll mit all den damit verbundenen Risiken und Nebenwirkungen.
Bron: www.topoguide.de

“Het is een van de wildste en avontuurlijkste tochten van de Dolomieten, die, in tegenstelling tot zijn iets grotere broertje, de bekende Noord-kante van de Monte Agner, zelden wordt geklommen. Sinds de eerste beklimming in 1961 is de route minder dan 25 keer gedaan. De Anstieg is al een tocht op zich, met brokkelzooi, traverses, afklimmen en weer een couloir omhoog. We deden er 4,5 uur over. De route zelf loopt over een prachtige, steile kant, met af en toe mooie klimpassages, maar ook, vooral bovenin, slecht af te zekeren brokkelige rots die de volle aandacht vraagt. En nauwelijks een haak te bekennen. We hebben dus vrijwel alles gezekerd aan nuts, camelots en sanduhren. Terugkeren is al snel geen optie meer. Qua stijl was het klimmen afwisselend: spleten, schoorstenen, platen, overhangetjes. Doordat we wat moeite hadden bovenin het routeverloop te vinden, waren we pas om 20:15, 2 uur later dan was voorzien, op de top. We hadden gedacht dan al in het dal van Frassene, aan de zuidkant, te kunnen kijken. Dat viel mooi tegen. Voor ons strekte zich nog een heel bergmassief uit. Zo snel mogelijk begonnen we aan de afdaling.

"Via Oggioni" Spiz d'Agnèr (photo: Roland Bekendam)

Over een soort rampe, boven enorme afgronden klommen we 2 uur lang af. De beschrijving van de afdaling was vaag. Op ons instinct vonden we de weg. Net voordat het helemaal donker was zagen we boven ons een steenmannentje. Hier moesten we juist even omhoog om op een volgende rampe te komen. We hadden geen bivakspullen, maar overnachten was geen probleem geweest. De volgende morgen zou het echter weer gaan onweren, dus we wilden nog zo veel mogelijk afdalen. Uiteindelijk kwamen we in een goor couloir, waar we in het donker voorzichtig afklommen. We sloegen 2 haken voor een veilige abseil, en klommen weer verder af. Eindelijk werd het minder steil en voerde een laatste abseil ons naar wandelterrein. We wisten dat we de hut gingen halen. Dat we boven een rotswand uitkwamen en weer een stuk terug moesten kon de pret niet drukken. We zagen de lichtjes van de hut. Die leken de eerste 1.5 uur lopen niet dichterbij te komen, maar opeens waren we er bijna, getuige blaffende waakhonden.

Vanachter de bar pakten we wat blikjes frisdrank en bier (keurig briefje achtergelaten). Het was 1:30. De volgende morgen genoten we in een sierlijk ingerichte kamer, gewijd aan de op de Sass Maor omgekomen klimmer Biasin, van een heerlijk ontbijt met gebakken eieren en ham. Met de donder als achtergrondmuziek. Het personeel van de Scarpa-hut was allervriendelijkst. Het leven kan goed zijn.

Route info: Hoogte 1150 meter, waarvan 350 meter voorbouw. Waardering ED -, 7-, alles red-point geklommen.

– Roland -”

Thanks for the photo Mario!

Share

Captain Bob is coming!

Tuesday, February 14th, 2012

Bob Shepton is de special guest op het DMFF en zal met stemmig gezang Vertical Sailing Greenland inleiden op 10 maart in Heerlen. De film gaat over Sean Villeneuva, Nicolas Favresse, Olivier Favresse, Ben Ditto en de 75 jarige Kapitein Bob Shepton, die de klimmers meenam in zijn zeilboot “Dodo’s Delight” tijdens hun zoektocht naar maagdelijke big walls aan de westkust van Groenland.

"Dodo's Delight" aan de westkust van Groenland (photo: Ben Ditto)

Bob Shepton aan het roer van "Dodo's Delight" met Nicolas Favresse (photo: Ben Ditto)

De Limburger Hans Lanters bereikte in 1981 als eerste Nederlander de top van de 8125 meter hoge Nanga Parbat, samen met de Belgen Jan Vanhees en Lut Vivijs. Hans zal de film Nanga Parbat introduceren op het DMFF, een meeslepende film over de dramatische en omstreden beklimming van de berg door de gebroeders Reinhold en Günther Messner.

Mis het niet en bestel snel kaartjes op www.dmff.eu

Share

In de voetsporen van de pioniers

Wednesday, July 27th, 2011

Op 10 juli beklommen Roland Bekendam en Hans Lanters de 1050 meter hoge noordwand van de Langkofel via de Solda route (ED, VI). De route wordt niet vaak herhaald en bevat bovenin een tiental lastige lengtes met weinig zekeringsmogelijkheden en soms zeer losse rots. In de hele route zitten slechts 20 haken en een terugkeer of ontsnapping is niet mogelijk.

Langkofel noordwand in de avondzon (photo: Roland Bekendam)

“Ondanks de bescheiden technische moeilijkheidsgraad vond ik het een serieuze route die, alles bij elkaar, beslist niet minder zwaar is dan bijvoorbeeld “Moderne Zeiten” op de zuidwand van de Marmolada. In wind en regen vonden we ’s avonds laat het bivakdoosje aan de andere kant van de top. We hebben veel respect voor Solda en Bertoldi, die deze route al in 1936 openden met viltzolen-schoenen en zware, niet sterke hennep touwen, die direct om het middel werden gebonden.

Hans geniet van de brokkelige rots bovenin de Solda (photo: Roland Bekendam)

De dag daarvoor hadden we de NW-kante (Rabanser-Comploi) op de derde Sellatoren geklommen (350 meter ED, VII-). Na de vrij lange afdaling van de Langkofel profiteerden we van de laatste mooi-weer dag door op 12 juli de Mittelpfeiler op de Heiligkreuzkofel te beklimmen, in combinatie met de Mayerl Verschneidung (550 meter ED, VII). Deze Mittelpfeiler is door Reinhold en Günther Messner in 1968 geopend en bevat de beroemde Messner-platte, een stevige VIII die door Reinhold Messner op zware bergschoenen vrij beklommen zou zijn! Wij zelf hebben de Mariacher variante (VII) gekozen, die deze ongezekerde plaat omzeilt. Zelfs op moderne klimschoentjes zijn wij geen Messner, misschien wel de beste rotsklimmer van zijn tijd.

-Roland-

PS: alle waarderingen UIAA schaal”

De Rabanser route op de derde Sella toren (photo: Hans Lanters)

Share