Posts Tagged ‘Reinhold Messner’

Weltberge – Die 4. Dimension

Sunday, December 24th, 2017

Reinhold Messner komt naar Aken! 14 maart 2018 in Eurogress Aachen.

Meer informatie en tickets: www.shop.sport-spezial.de

Share

Een Limburgse ontmoeting in de Hasse-Brandler

Wednesday, April 1st, 2015

De Drei Zinnen zijn onderdeel van de Dolomieten in het Italiaanse Zuid-Tirol. De unieke rotsformaties werden meer dan 90 miljoen jaren geleden gevormd door opstuwende koralen en riffen die later nog eens bewerkt door de ijstijden. Het was niemand minder dan Reinhold Messner die ervoor zorgde dat dit unieke berggebied in 2008 werd bekroond met een plaats op de Werelderfgoedlijst van UNESCO.

Geisler/Odler-massief met het St.Johann kerkje in Ranui (photo: Leonardo Horta)

De unieke rotsformaties van de Drei Zinnen trekken al sinds de eerstbeklimming in 1869 klimmers aan van heinde en verre.

Tijdens de run op onbeklommen noordwanden schrijven Emilio Comici en Guiseppe en Angelo Dimai in 1933 geschiedenis met hun eerstbeklimming door de imposante noordwand van de Große Zinne. Deze ‘Comici’ is tot op de dag van vandaag een van de bekendste noordwandroutes van de Alpen.

De noordwanden van de Drei Zinnen (photo: Leonardo Horta)

In 1958 timmerden Dietrich Hasse, Lothar Brandler, Jörg Lehne en Sigi Löw zich een directe weg omhoog door de noordwand. Het is het begin van het tijdperk van de ‘direttissima’s’. Meer dan 180 haken blijven achter in de 550 meter hoge wand en de gradering van hun nieuwe route is VI-A2/A3. Lange tijd geldt de route als de moeilijkste rotsroute van de Alpen. In 1987 klimmen Kurt Albert en Gerold Sprachmann deze route, de ‘Hasse-Brandler’, volledig vrij (tot 7a+). Dit was een indrukwekkende prestatie voor de 80’er jaren die in 2002 werd opgevolgd door de indrukwekkende solobeklimming van Alexander Huber.

Große Zinne noordwand met links de "Hasse-Brandler" en rechts "ISO 2000" (photo: Roland Bekendam)

Elke zomer organiseert de NKBV-commissie ‘Expedities & Alpiene Topsport’ (CEAT) een meeting om klimmers en alpinisten met ambities met elkaar in contact te brengen. In de zomer van 2014 resulteert dit in een bijzondere ontmoeting tussen twee Limburgers die samen de ‘Hasse-Brandler’ instappen, Hans Lanters en Wouter Lancee.

Hans Lanters behoort tot de oudgedienden die ooit nog leerde klimmen op de kiezels van Nideggen, vakantie na vakantie het klimniveau opschroefde en zo zijn grenzen steeds verlegde. Wouter Lancee daarentegen groeide op in Landgraaf en leerde klimmen op het plastic van Neoliet Heerlen en Monk in Eindhoven. Onder het mentorschap van Ingmar Cramers ontwikkelde hij zich tot een gepassioneerd sportklimmer, maar Wouter wilde meer. Gedreven door zijn alpiene ambities gaf hij zich op voor de CEAT-meeting in de Dolomieten.

Wouter zijn verslag:

“Ik krijg een mailtje van een onbekende klimmer, genaamd Hans Lanters. “Hoi Wouter, ik doe volgende maand ook mee aan de CEAT meeting in de Dolomieten en wil de week daarvoor al wat gaan klimmen. En ik ben nog op zoek naar een klimpartner.”

Navraag en een telefonische kennismaking doen vermoeden dat Hans iets meer alpiene ervaring heeft dan ik. Hans was al voor mijn geboorte met alpinisme bezig, en is daar nooit mee gestopt. Mijn alpiene ervaring beperkt zich tot een paar weken klimmen in de Dolomieten. Die weken met Enzo Nahumury hebben me wel duidelijk gemaakt dat alpinisme totaal anders is dan sportklimmen. Routezoeken, het plaatsen van mobiele zekeringen, en klimmen in terrein waar vallen niet wenselijk maken alpinisme mentaal een stuk zwaarder dan sportklimmen. Sindsdien heb ik vaker aan ervaren alpinisten gevraagd of ze me mee wilden nemen op een alpiene tocht. Maar dat is er nooit van gekomen. Tot nu.

Inklimmen op de Alvera Kante van de Cima Bois (photo: Hans Lanters)

Inklimmen
De eerste inklimtocht, de Alvera Kante op de Cima Bois, brengt het Dolomietengevoel meteen terug. Lengtes die makkelijk lijken worden lastig door losse meuk, het zoeken naar nutplaatsingen, ver boven een zekering doorklimmen, en rots die door planten, modder, gruis, water en andere ellende verre van optimaal is. En toch geniet ik van het gevoel een grote wand te beklimmen, dat alles wat je doet leidt tot een hoger doel.

De tweede route die we doen is technisch gezien wat moeilijker. Maar Company Segundo op de Col de Limena is veel makkelijker af te zekeren door alomtegenwoordige boorhaken. Het klimmen voelt desondanks spannend door de luchtigheid en de alpiene ambiance. De goede afzekering maakt dat ik wat makkelijker en vrijer klim en langzaamaan krijg ik meer zelfvertrouwen.

Omdat het weer niet optimaal is deze weken, kunnen we geen grote routes doen. Het is zoeken naar een goede weather window om een wat serieuzere toch aan te gaan pakken. Als dat moment zich aandient vraagt Hans of er routes zijn die op mijn verlanglijstje staan. Ik ken helemaal niet zoveel routes in de Dolomieten. En de Comici op de Grosse Zinne heeft Hans al lang een keer gedaan. Dus ik zeg niet helemaal vermoedend wat dit inhoudt: “De Hasse Brandler?”

Het serieuze werk
Als we de Hasse Brandler ingaan vraagt Hans aan mij: “weet je het zeker?” Bij mij speelt het idee door mijn hoofd dat ik de route vrij kan klimmen. Met een paar lengtes van rond de 7a, en een uitschieter 7a+ lijkt het niet onmogelijk. I couldn’t have been more wrong.

De auteur in het onderste deel van de 'Hasse Brandler' door de noordwand van de Große Zinne (photo: Hans Lanters)

De eerste lengte stappen we verkeerd in. Ik moet een gloednieuwe cam opofferen, die ik na een half uur prutsen nog steeds niet uit een spleet krijg. Vervolgens traverseren we luchtig over onbegaan terrein naar de eigenlijke route. De eerste lengte (V+) zit erop, we hebben tijd verloren met de cam en het routezoeken. We moeten snel verder. De combinatie van prestatiedrang en wegtikkende tijd zorgen dat ik gespannen klim.

Een paar lengtes verder word ik op mijn nummer gezet. Een luchtige 6b+ die vertrekt vanuit een hangstand valt onweerlegbaar buiten mijn comfort zone. Bij de eerste tekenen van lichte verzuring vraag ik een blokje aan. Er zullen er nog vele volgen.

Langzaam krijg ik het gevoel te pakken. Ik wen aan de hoogte en aan het terrein. Maar de sleutellengtes hangen letterlijk als een zwaard van Damocles boven mijn hoofd. Hans doet heel luchtig over deze passages: “och dat is gewoon een beetje acrobatisch aan haken trekken, daar komen we wel uit”. Ik vraag me af of hij dat zegt om mij gerust te stellen, of dat hij dat ook echt denkt. Het werkt wel.

Alles of niets
Na een korte pauze op een mooi plateau beginnen we aan de overhangende sleutellengtes. Ik klim de eerste lengte. De passen zijn fysiek en de mephaken slecht. Ook is de route nat vanwege eerdere regenbuien. Alle ambities om vrij te klimmen heb ik allang achter me gelaten. Daardoor voel ik me veel vrijer en geniet ik zowaar af en toe. Toch blijft het wennen en spannend. De route is zwaar, en om de lastigste passen artificieel te maken moet je de slechte mephaken vol belasten

Wouter volgt een stoomcursus artificieel klimmen op dubieuze mephaken (photo: Hans Lanters)

Hans klimt de volgende sleutellengte. Voor mij een demonstratie artificieel klimmen. Zo snel mogelijk klimmen, met minimaal energieverlies. Ik klim de lengte snel en minder efficiënt na. Er volgen nog twee van dit soort lengtes. En inmiddels krijg ik een soort van ritme te pakken. Ik verbaas me er wel over hoe zwaar dat artificieel klimmen door een overhang is. Staan in schlinges werkt maar matig, en hoe je ook wendt of keert, je moet omhoog. Dat kost kracht. Soms vind ik het eenvoudiger om de grepen te gebruiken dan je steeds maar weer aan de setjes omhoog te hijsen. Ik merk dat mijn vingers helemaal niet getraind zijn om zo vaak aan setjes te moeten trekken. Doe mij maar een greepje.

Na de sleutellengtes volgen er op papier eenvoudigere lengtes. Maar ze zijn nog steeds verticaal tot licht overhangend, met stevige fysieke passen. De vermoeidheid begint nu parten te spelen. Sterker nog, ik ben nog nooit zo kapot geweest. De 4 lengtes artificieel klimmen hebben mij armen uitgeput. Als ik een pas moet afblokken schieten de krampen vanuit mijn biceps tot in mijn vingers. Ergens is het mooi om in deze staat 6a lengtes te moeten klimmen. Je moet voor iedere pas volledig gaan, en je hebt geen reserves meer. Bijkomend is dat we totaal gecommitteerd zijn, vanwege het traverserende karakter van de route is er geen terugweg mogelijk.

De laatste ‘cruxlengte’ is een 4+ schoorsteen, die nooit droog is. Het is mijn eerste schoorsteen ooit. En deze schoorsteen zit vol met verklemde blokken maatje koelkast, waardoor de route een soort kruising wordt tussen een overhangend dak en een schoorsteen. Verder zijn de wanden door het continu druppelende water in de loop der jaren bekleed met vijverslijm. Niet echt ideale condities voor je eerste schoorsteen. De moeilijkheid van de route is om te geloven in de wrijving van het vijverslijm, terwijl je rugzak vast komt te zitten onder de verklemde blokken. Mentaal en fysiek vastzittend voel ik dat ik een nieuw arsenaal aan technieken moet aanboren. Met behulp van hardgrondig vloeken lukt het me de passage te overwinnen. Opgelucht en onder de drab maak ik stand en kijk naar de laatste eenvoudige lengtes die ons van de top scheiden. We gaan het halen.

Een ervaring rijker
Om half 9 ’s avonds bereiken we de top. En wacht ons een doolhof dat de normaalroute heet. Hans blijft tot spoed manen. Waar ik steeds weer probeer in de topo te kijken om te zien of we nog goed zitten, maakt Hans tempo en klimt af. Ik moet volgen of afhaken. Op mijn aanwijzingen klimmen we verkeerd. En onder Hans’ leiding komen we toch weer op het goede pad uit. In dit terrein ben ik als sportklimmer niet in mijn element. Volgens Hans red ik me uitstekend. We zijn inmiddels ruim 16 uur onderweg, en ik beweeg zonder problemen door dit terrein. Niet slecht voor een beginner, vindt Hans.

Bij het routezoeken in klassiekers als deze is gevoel net zo belangrijk als zicht: Heerlijk gladgeklommen rotsen betekenen dat massa’s mensen je voorgingen. En dan zit je goed. Net op tijd voor het pikkedonker komen we op de juiste route en klimmen we de laatste meters af. Geholpen door het brakke schijnsel van mijn oude hoofdlampje en de heldere maan traverseren we een aanvriezende sneeuwhelling en komen we op het pad. Een uurtje later bereiken we de auto. Wat een route. Wat een dag!

– Wouter Lancee –“

Met dank aan Roland Bekendam, Leonardo Horta en Hans Lanters voor de indrukwekkende foto’s en Wouter voor het verslag!

Klik op een foto voor een groter formaat.

Share

Reinhold Messner “Über Leben”

Monday, October 27th, 2014

Messner behoort tot de grote alpinisten der aarde. Hij is een van dé pioniers van het beklimmen van achtduizenders in alpiene stijl. Zijn prestaties bezorgden hem eeuwige roem, maar niet zelden betaalde hij een hoge prijs hiervoor. Op 14 september jongstleden werd hij 70 en in oktober kwam zijn nieuwe en meest persoonlijk boek uit “Über Leben”. In 70 boodschappen vertelt hij over het levenspad tussen geboorte en dood.

ISBN: 978-3-89029-450-6

Op 24 januari presenteert Reinhold Messner zijn nieuwe boek en geeft een lezing in Aken.

Datum: 24 januari 2015
Locatie: Eurogress, Monheimsallee 48 Aachen
Aanvang: 20:00 uur

Tickets reserveren.

Share