Posts Tagged ‘Roland Bekendam’

Jaarafsluiting met Roland en Audrey

Saturday, December 31st, 2016

Roland Bekendam en Audrey Armino zijn bekende gezichten in de klimwereld in de zuidelijkste provincie van Nederland. Roland is vooral bekend om zijn indrukwekkende alpiene prestaties en Audrey was jarenlang het gezicht van twee klimhallen in Limburg (begonnen in Neoliet Heerlen en daarna overgestapt naar I-VY Climbing in Sittard). Beiden hebben een bevlogen jaar achter de rug. 2016 was gevuld met onverwachte tegenslag, veranderingen, uitdagingen maar zowel in het geval van Roland als Audrey, ook met het neerzetten van bijzondere prestaties.

Zo heeft Audrey de klimwereld op professioneel vlak vaarwel gezegd, rondde zij haar studie af en is zij begonnen aan een nieuwe baan in de kinderopvang. Audrey is daarnaast moeder van twee jongens die aan topsport doen en dit brengt natuurlijk ook het een en ander met zich mee voor een ouder. Misschien niet de meest ideale omstandigheden om zelf een topprestatie neer te zetten zou je zeggen, maar toch klom zij haar eerste twee 8a’s in 2016 (‘Victoria’ en ‘The dance alone’ in de Frankenjura). Waarschijnlijk is Audrey hiermee ook de eerste vrouw van 40+ die dit niveau klimt in Nederland!

Voor Roland was 2016 een jaar dat in het teken stond van zijn zware klimongeval in Oman, en van de revalidatie hiervan. Roland liep o.a. gecompliceerde voetbreuken op, 9 van zijn 10 middenvoetsbeentjes waren gebroken, deels verbrijzeld. Alle ambities voor 2016 moesten aan de kant worden geschoven en het was onzeker of hij ooit nog normaal zou kunnen lopen laat staan klimmen of hardlopen. Roland is echter niet bij de pakken neer gaan zitten en heeft tegen alle verwachtingen in alweer geklommen, de eerste 3 kilometers hardlopen zitten zelfs alweer in de benen!

Wij vonden dat zowel Audrey als Roland het verdienen om in de schijnwerpers gezet te worden. Wat drijft hen dat zij het schijnbaar onmogelijke mogelijk maken? Is dat positivisme, veerkracht of iets anders? Lees het zelf in het onderstaande interview met Roland en Audrey, afgenomen in boscafé ’t Hijgend Hert in Vijlen, de enige berghut van Nederland:

jaarafsluiting1617-4989

Isolde: Hoe kijken jullie terug op 2016?

Audrey: “Voor mij was 2016 een fijn jaar. Ik heb mijn opleiding afgerond, maar weet nog goed dat ik twee jaar geleden naar de eerste dag van mijn opleiding reed, een nummer van Adele draaide en dat de tranen in mijn ogen sprongen. Ik heb zolang tijdens vakanties een onrust gevoeld over het werk wat ik deed, want hoe leuk ik het ook vond, het paste niet helemaal bij mij. Steeds kwam naar boven dat ik eigenlijk iets met (kleine) kinderen wilde doen. Toen ik dus in de auto zat onderweg naar de start van mijn opleiding realiseerde ik mij dat ik eindelijk een van mijn dromen ging verwezenlijken, ik ga dit echt doen! Nu, twee jaar later, heb ik mijn diploma en werk ik een kinderopvang waar ik mij helemaal thuis voel. Ik had dit overigens nooit kunnen doen als Paco (Gabriele Armino, man van Audrey) mij niet zo gesteund had hierin. Hij heeft veel voor mij opgevangen thuis, naast zijn fulltime baan en het vele klimmen wat wij doen. Het eerste doel was bereikt, mijn opleiding afronden en werken met kinderen, nu die andere droom, dat andere doel nog, 8a klimmen.”

Roland: ”2016 is voor mij helemaal anders gelopen dan ik verwacht had. Ik had een sabbatical genomen van mijn werk om drie maanden te gaan klimmen. Er waren plannen gemaakt met Youri van Vliet, Sytse Roos & Hans Lanters om die routes in de Dolomieten en het Mont Blanc gebied te doen waar ik al heel lang van droomde. Ik was nog nooit zo fit geweest en had stiekem ook de hoop dat ik met deze vorm nog een 8a zou kunnen klimmen in Freyr. Het liep anders. Ik kreeg een ernstig klimongeluk in Oman in het voorjaar van 2016.

Fysiek en mentaal lag ik op de bodem van de put na het ongeluk. Mijn mooie leven, mijn vrije leven als klimmer was voorbij dacht ik toen ik in het ziekenhuis lag in Oman. De artsen waren er niet zeker van of ik ooit nog normaal kon lopen, laat staan klimmen en hardlopen. Was het klimmen echt verleden tijd? Moest ik dat belangrijke deel uit mijn leven gaan vergeten? Dit soort vragen hebben mij veel beziggehouden de eerste periode en niemand kon mij de zekerheid geven dat ik het ooit weer terug zou krijgen.”

Isolde: Wat heeft je gedreven om niet bij de pakken neer te gaan zitten?

Roland: ”Mijn passie voor het klimmen. Ik heb eigenlijk steeds bedacht dat er misschien nog een kans was dat ik ooit weer zou kunnen lopen, klimmen en misschien zelfs hardlopen. Mijn voeten waren zo stuk, ook het bindweefsel, dat ik wist dat als ik niets zou doen, mijn oude leven zeker voorbij zou zijn.

Toen ik weer thuis was uit Oman kon ik een rolstoel lenen van een goede vriend van mij (Thierry Schmitter), die zelf door een ongeluk verlamd is geraakt, en dat was erg fijn. Ik was weer mobiel en ging mijzelf uitdagen door de steilste heuvels op te rijden in die rolstoel. Ook heeft mijn vrouw Wendelien mij heel erg gesteund en zou ik niet zijn waar ik nu was als Danny van Doorn (fysiotherapeut) mij niet zo intensief begeleid zou hebben. Hij heeft mij steeds oefeningen gegeven om mijn benen en vooral voeten weer te laten wennen aan belasting. Ik wilde vaak te snel gaan, te grote stappen maken in mijn revalidatie en door zijn begeleiding, lukte het mij om kleine stapjes te maken en dat is mentaal een grote steun geweest om door te blijven gaan.

jaarafsluiting1617-5026

Ook al kon niemand voorspellen wat ik wel nog en niet meer zou kunnen, ben ik altijd vooruit blijven kijken. Het gaat nog steeds op en neer, fysiek & mentaal, en het revalideren kost mij veel tijd, ongeveer 2 uur per dag besteed ik eraan, maar ik ga nog steeds vooruit en door de steun van zoveel mensen om mij heen blijf ik de kracht en het vertrouwen houden om door te gaan.”

Isolde: Wat drijft jou Audrey om naar iets te streven waarvan je niet zeker bent of je het kunt?

Audrey: ”Ik klom op een gegeven moment 7b+ en wilde graag 7c klimmen, maar besefte dat ik niet verder zou komen als ik geen extra energie in het klimmen zou stoppen. Sinds 4 jaar ben ik dan ook ondersteunende oefeningen gaan doen voor mijn schouders, in eerste instantie kreeg ik deze oefeningen van Danny, (ja, dat is dezelfde Danny die door Roland genoemd werd) en later ook van David Krijgsman (fysiotherapeut). Ik heb een heel gevoelig lichaam en reageer snel op belasting, maar als je de juiste oefeningen krijgt om die belastbaarheid te verbeteren, word je sterker en dat heeft ook zijn weerslag op het vertrouwen dat je meer kunt dan je altijd gedacht hebt. Na mijn eerste 7c’s heeft dat besef mij gesterkt in het vertrouwen dat ik misschien ook wel 8a kon klimmen.

Ik heb natuurlijk hard getraind, maar het belangrijkste was dat ik mijzelf ruimte gaf om mij te ontwikkelen hierin, ook mentaal. Tijdens mijn opleiding had ik minder tijd om te klimmen, maar heb ik wel veel aan yoga gedaan, dit heeft mij de ruimte in mijn hoofd gegeven die ik nodig had om meer uit mijzelf te halen op klimgebied. Hierdoor was ik in staat om niet dwangmatig met die ene route bezig te zijn, maar stond ik open voor het proces van vallen en opstaan. Ik heb dus echt wel momenten gehad dat ik even boos werd als het niet ging zoals ik wilde, maar dat was (en is) altijd maar van korte duur. Het moet er dan even uit en daarna realiseer ik mij dat ik een ander deel van mijzelf moet aanspreken, anders met mijzelf moet omgaan om tot een prestatie te komen en dat lukt dan meestal ook, dat is ook de ruimte die ik net noemde. Misschien is het wel een stukje compassie tonen naar jezelf waardoor ik dan van een afstandje kan kijken naar wat er mis ging zonder dat ik verblind word door gevoelens van teleurstelling of boosheid. Dat is misschien wel de veerkracht die je net noemde. Daarnaast heb ik een man die fanatiek klimt en die mij ook steunt en aanmoedigt om mijn grenzen te verleggen.”

Isolde: Hoe heeft 2016 jou veranderd?

Audrey: ”2016 heeft mij niet echt veranderd maar ik heb wel dingen bevestigd zien worden. Bijvoorbeeld dat ik meer uit mijzelf kan halen, alleen dat ik daarvoor mijn eigen tempo en weg moet aanhouden en niet moet kijken naar anderen. Een paar jaar geleden had ik nog de droom om mijn eerste 8a samen met mijn oudste zoon Nigel te klimmen, maar die ging wat sneller vooruit en hangt tegenwoordig de setjes in de routes voor mij én voor zijn vader.”

jaarafsluiting1617-5008

Roland: ”Ik ben misschien wel voorzichtiger geworden dan voor het ongeluk. Ik zou nu bijvoorbeeld in makkelijkere stukken van alpiene routes wel een zekering leggen, daar waar ik het voorheen niet deed bijvoorbeeld. Ik ben er echter niet angstig van geworden, ook niet in het klimmen. Daarnaast besef ik nog meer dat het mooie leven wat ik had en heb niet vanzelfsprekend is. Er is zoveel ellende in de wereld en dan is het goed om te bedenken wat je wel hebt. Ook heb ik trouwens meer begrip gekregen voor mensen die hun hele leven gebonden zijn aan een rolstoel.”

Audrey: ”Wij mogen zo dankbaar zijn voor het leven wat wij leiden.”

Isolde: Jullie hebben beiden het vermogen om bij tegenslag toch het beste eruit te halen, hoe denken jullie dat dat komt?

Roland: ”Ik ben natuurlijk eigenlijk meer een alpinist en dan werk je jezelf eigenlijk continu in de nesten. Je komt vaak op een punt in de wand waarvan je weet, nu kunnen we niet meer terug, daarnaast is het ook vaak zo dat je in alpien terrein niet mag vallen. Het helpt uiteraard niet als je dan in paniek raakt of boos wordt. Een tijdje geleden was ik met Hans Lanters op de Dame Blanche en hadden we ons ook vreselijk in de nesten gewerkt. We moesten daar allebei toen een beetje om lachen; kijk ons dan, twee oude kerels die zo nodig hier omhoog moesten. Die instelling helpt om je blik open te houden voor mogelijkheden. Het alpiene klimmen heeft mij dus misschien wel geleerd om op een bepaalde manier met tegenslag om te gaan alhoewel de tegenslag die ik nu ervaar wel langer duurt en ook wel moeilijker is.”

Audrey: ”Nou, ik houd er niet zo van om mijzelf zo in de nesten te werken hoor! Dat zouden voor mij te spannende situaties zijn. Ik heb echter als kind altijd van mijn vader geleerd dat fouten maken niet erg is en soms moest ik zelfs fouten maken van hem. Dit vond ik altijd heel spannend maar ik denk wel dat het geholpen heeft bij het ontwikkelen van mijn instelling dat fouten maken er nou eenmaal bij hoort, dat het niet het einde van de wereld is. Ik vind het daarom ook leuk om uitdagingen aan te gaan. Ik kan bijvoorbeeld soms nog angstig zijn met voorklimmen, daarom denk ik dat het alpiene terrein waar Roland het over heeft niets voor mij is. Toch heb ik weleens touwlengtes geklommen om eens te ervaren hoe dat is en lijkt het mij ook heel leuk en interessant om een keer een alpiene tocht te maken. Ik denk dat er in de klimsport weliswaar meerdere werelden zijn ontstaan, het sportklimmen, boulderen, alpiene klimmen, maar dat we nog veel kunnen leren van elkaar.”

Isolde: Hebben jullie een doel voor 2017?

Roland: ”In 2017 ga ik met Wendelien naar de Antillen en we hebben afgesproken om de hoogste berg van ons koninkrijk te gaan beklimmen op Saba, Mount Scenery (887 meter). Ook zou ik wel graag weer een klassieke alpiene tocht maken met mijn oudste zoon Joost, bijvoorbeeld de Finsteraarhorn. Mijn doelen liggen dus vooral in alpien terrein, maar misschien lukt een 6a of 6b klimmen in Freyr ook weer?”

Audrey: ”Ik heb nog nooit echt wedstrijden geklommen, ben niet zo goed in on-sight klimmen, vind dat heel spannend dus ik ga eens meedoen met een wedstrijd in 2017! Ook ga ik mij in de rots meer richten op on-sight klimmen en hoop ik om zo mijn grenzen op dit vlak te verleggen.”

jaarafsluiting1617-5051

Isolde: Hebben jullie nog een advies of tip voor de lezers?

Audrey: ”Je hebt altijd de keuze om ergens over te klagen of om dat niet te doen en er toch het beste uit te halen. Durf fouten te maken, het is niet het einde van de wereld.”

Roland: “Ik zou willen benadrukken dat je zeker voor alpien klimmen niet te grote stappen moet maken, vooral ook in verband met de veiligheid. Goed luisteren naar jezelf wat je durft en verantwoord vindt, en ook soms kunnen besluiten een beklimming op dat moment niet te doen. Het gevoel moet goed zijn voordat je je committeert aan een bepaalde tocht of expeditie. Als je een prestatie wilt neerzetten of je grenzen wilt verleggen bouw dit dan in stapjes op en evalueer altijd wat er goed gaat en wat er beter kan. Soms betekent dat dus dat je een stapje terug moet doen maar uiteindelijk helpt dit om het einddoel te bereiken.”

Isolde: Nog een mooie afsluiter?

Audrey: ”Snuffel eens bij andere disciplines in de klimsport, doe ervaring op in de andere takken van de sport. Ik vind soms dat er teveel in hokjes gedacht wordt als het over de verschillende disciplines gaat, maar juist door je te verdiepen in de ander creëer je meer begrip (en leer je misschien ook nog iets!) en dat is in deze tijd heel belangrijk.”

Roland: ”Als je iets heel graag wilt, wacht er niet te lang mee!”

 

Voor alle lezers een gelukkig 2017 met veel mooie klimavonturen!

Deze blog werd in 2016 gesponsord door La Sportiva, Black Diamond en Beal. Merci beaucoup!

Share

Bergsport Awards 2016

Saturday, February 20th, 2016

De NKBV reikt jaarlijks Awards uit voor de beste prestaties in de categorieën ‘Alpiene beklimming’ en ‘Sportklimprestatie’. Afgelopen donderdag kregen Michiel Nieuwenhuijsen en Niels van Veen zo’n Bergsport Award voor hun bijzondere klimprestaties in 2015.

BergsportAward2016_logo

Michiel Nieuwenhuijsen klom in Fontainebleau ‘The Big Island’ 8C. Deze boulder staat te boek als een van de moeilijkste boulders ter wereld. De drie andere genomineerden waren Jorg Verhoeven ‘The Wheel of Life’ 8C/9a+, Vera Zijlstra ‘Les Beaux Quartiers’ 8A en Tim Reuser met ‘Mistral’ 8c+.

Niels van Veen kreeg zijn Award voor de beklimming van de zes klassieke noordwanden van de Alpen: Eiger, Grandes Jorasses, Große Zinne, Matterhorn, Petit Dru en Piz Badile. In de jaren dertig waren dit de laatste ‘grote’ onbeklommen wanden van de Alpen. De legendarische alpinist Gaston Rebuffat was de eerste die deze reeks beklom. Het Limburgse duo Bekendam-Lanters was ook genomineerd in deze categorie maar ging zonder trofee naar huis. De andere genomineerde was Roeland van Oss met zijn snelle beklimming van de moeilijke ‘Cassin’ op Denali in Alaska.

bron: www.nkbv.nl

PetitDru_noordwand-2799

Aiguille du Dru (photo: Paul Lahaye)

In samenwerking met de DAV laat het DMFF op dinsdag 8 maart de film ‘PETIT DRU NORDWAND – DER ZERFALLENE BERG’ zien in het Apollo-Kino van Aken. In deze film beklimmen Parkin en House samen de Petit Dru via de klassieke noordwand route, waarmee ze tevens hun respect tonen voor de prestaties van de eerstbeklimmers in 1935.

Meer informatie over de DMFF films op: www.dmff.eu

Share

De Oscars van de bergsport!

Saturday, January 23rd, 2016

Het Limburgs duo Roland Bekendam en Hans Lanters zijn genomineerd voor de NKBV BergsportAward in de categorie ‘Alpiene beklimming van 2015’. In tegenstelling tot de voorgaande jaren is er deze keer geen publieksstemming maar bepaalt de jury wie er in de prijzen valt. Helaas en onbegrijpelijk is de onderscheiding voor de meest getalenteerde jeugdklimmer dit jaar geschrapt van het NKBV-feestje.

Hans Lanters in de vijfde lengte van de steilwand. (photo: Roland Bekendam)

Roland en Hans hebben hun nominatie te danken aan de beklimming van de moeilijke en zelden beklommen ‘Directe André Georges’ op de Dent Blanche in de Walliser Alpen.

Meer informatie over de BergsportAwards op: www.nkbv.nl

Share

Het zwitserlevengevoel!

Thursday, August 6th, 2015

Wijn, kaas en bergen zijn de ingrediënten voor een vakantie in de Zwitserse Alpen. Van de 82 vierduizenders in de Alpen liggen er maar liefst 47 in het Zwitserse kanton Wallis. De hoogste berg van Zwitserland is de 4634 meter hoge Dufourspitze en de bekendste natuurlijk de Matterhorn (4478 m).

De Dent Blanche (4357 m) is voor de meeste toeristen niet zo bekend als de Matterhorn maar deze rotsgigant behoort tot een van de moeilijkste vierduizenders van de Alpen. Markant zijn de vier graten: Wandflue-, Ferpècle-, Vier ezels- en de noordgraat.

De Vier ezelsgraat behoort tot een van de grote klassieke ‘Überschreitungen’ (D/D+) en men zegt dat de route zijn naam dankt aan een van de eerstbeklimmers die zichzelf en zijn drie klimpartners maar ezels vond om over deze gevaarlijke losse rots de berg te beklimmen. De moeilijke noordgraat ((D+/TD-) wordt maar zelden beklommen en de noordwand (TD) behoorde ooit tot de grote noordwanden van de West-Alpen. Door de klimaatopwarming en ‘Ausaperung’ wordt laatstgenoemde wand nog maar zelden gedaan vanwege het steenslaggevaar.

Roland Bekendam en Hans Lanters gingen op zoek naar het zwitserlevengevoel en klommen een variant op de moeilijke noordgraat van de Dent Blanche:

“Op 17 juli beklommen wij de “Directe André Georges” op de Dent Blanche (4356 m) in de Walliser Alpen. De route is 800 meter hoog en verloopt over de noordgraat, die overgaat in een platenzone, en dan wordt afgesloten door een verticale steilwand van 350 meter hoogte. Het is één van de grote routes van de Walliser Alpen, die niet vaak wordt herhaald. De laatste beklimming voor ons was in 2010 door Patrick Gabarrou. De moeilijkheidsgraad is TD+/ED- (VI). De ambiance en het engagement van de beklimming, vaak losse rots en geen mogelijkheid om over de route terug te keren, herinnerde ons aan de Zmuttnase op de Matterhorn.

De 'Directe André Georges' op de Dent Blanche. (photo: Roland Bekendam)

Voor het zover was, moest ik eerst nog afrekenen met een ineens vastzittende rug. Mede dankzij de over de telefoon ingewonnen tips van Danny was dit probleem na twee dagen verholpen, en konden we gaan acclimatiseren, vanuit het Bouquetin bivak, op de Mont Brulé (13 juli) en de traverse van de Bouquetins (14 juli). Om niet te moe te worden hebben we de noordtop laten zitten.

Op weg naar het Bouquetin bivak. Op de achtergrond de Bouquetins. (photo: Roland Bekendam)

Hans op de Bouquetins traverse. (photo: Roland Bekendam)

Op 15 juli daalden we af vanuit de Bertolhut naar het dal. Vanwege de warmte stonden we de volgende dag weer om 4 uur op voor de lange aanloop naar het Dent blanche bivak, een prachtig gelegen hutje op 3507 meter.

Op 17 juli stonden we om half vier op voor het hoofddoel van onze klimweek.

Dent Blanche bivak. (photo: Roland Bekendam)

We naderen de steilwand, nu nog met mooi weer. (photo: Roland Bekendam)

Onderin de steilwand, met daaronder de noordwand waar voortdurend stenen naar beneden vallen. (photo: Roland Bekendam)

Roland in de vierde lengte van de steilwand. (photo: Hans Lanters)

In de vijfde lengte van de steilwand. (photo: Roland Bekendam)

Aan het begin van de sleutellengte, vlak voordat het begint te hagelen. (photo: Hans Lanters)

Hoewel het weerbericht een mooie dag had voorspeld, begon het al om 13 uur te onweren, net toen ik midden in de sleutellengte zat. Hagel maakte de rots snel nat. De aflopende greepjes in de stijgende traverse waren hierdoor niet te gebruiken, en ik kwam er maar net doorheen. Daarna bereikte Hans ook, net als ik met kunst- en vliegwerk, ongeschonden het relais. Ook na anderhalf uur wachten bleef de rots nat.

De rots is te nat en we moeten wachten. (photo: Roland Bekendam)

We kregen het koud en moesten verder, om niet vast te komen zitten. Gelukkig had de natte rots toch net genoeg wrijving, en konden we uit de steilwand ontsnappen. Daarna konden de bakken weer aan en volgden nog enkele minder moeilijke, maar nog lossere lengtes. We dachten een bivak te kunnen vermijden. Helaas begon het vlak onder de top weer te onweren, en we zagen drie keer de bliksem inslaan op het topkruis.

De laatste 100 meter naar de top in weer verslechterend weer! (photo: Roland Bekendam)

Alweer wachten. Hans steekt zijn vinger op voor het weerbericht. Hier zullen we later besluiten om te bivakkeren. Boven het topkruis. (photo: Roland Bekendam)

Hierdoor waren we gedwongen te wachten en uiteindelijk te bivakkeren in een reddingsdeken. We hadden weinig kleren en geen slaapzak, en na een nacht bibberen leidde Hans ons de volgende morgen over de laatste, nu besneeuwde rotstorens naar de top.

Eindelijk op de top om 8 uur in de ochtend. (photo: Roland Bekendam)

Van een vriendelijke Zwitser kregen we elk een reepje. De afdaling over de zuidgraat ging over bomvaste rots. We deden het rustig aan want we waren natuurlijk moe. Na 3.5 uur over de graat kachelen, onder een opnieuw dreigende lucht, bestelden we in de Dent Blanche hut soep, omelet en koffie.

Super om samen weer eens een mooie West Alpen-tocht te maken!

– Roland Bekendam –“

De Dent Blanche met onze beklimmingsroute op de linker- en de afdaling over de rechter skyline. (photo: Roland Bekendam)

Klik op een foto voor een groter formaat.

Share

PIONIERE DER NORDWAND

Sunday, February 22nd, 2015

DMFF#5 is hét festival van de klimfilms! En dan hebben we het niet over films met Nederlandse egotrippers en pindakaas-blabla, maar over films met échte helden en hun prestaties. Bijvoorbeeld de film over de Zwitserse berggids Michael Lerjen en zijn Argentijnse klimpartner Jorge Ackermann die in 2012 de ‘Gogna’ als eerste in één dag probeerden te beklimmen: MATTERHORN: DAS LETZTE WORT HAT DER BERG – PIONIERE DER NORDWAND

Michael Lerjen en Jorge Ackermann in hun poging de ‘Gogna’ in één dag te beklimmen (photo: DAS LETZTE WORT HAT DER BERG – PIONIERE DER NORDWAND)

De Matterhorn kent iedereen als symbool voor de Zwitserse Alpen, maar de betekenis van deze berg gaat veel verder dan dat. In de 19e eeuw was de berg al berucht omdat hij onbeklimbaar leek en dit zorgde voor een internationale run om de eerstbeklimming. Op 13 juli 1865 kwam deze strijd tot een einde toen Italiaanse berggidsen de Matterhorn via de Italiaanse kant probeerden te bedwingen en een Zwitsers-Engels Team onder leiding van de Engelsman Edward Whymper die hetzelfde beoogden, maar dan vanaf Zermatt. De overwinning ging naar Whymper en zijn team die de top via de Hörnligraat als eerste beklommen. Whymper schreef op 14 juli geschiedenis, maar de prijs hiervoor was hoog want tijdens de afdaling verongelukten er 4 klimmers van zijn 7-tallig team.

In de jaren 20 en 30 van de vorige eeuw verplaatste de strijd van onbeklommen toppen naar de laatste onbeklommen ‘grote’ noordwanden. Het waren de Eiger, Grandes Jorasses en de Matterhorn die te boek staan als “the last three big problems of the Alps”. In 1931 hadden de broertjes Schmid hun zinnen gezet op de noordwand van de Matterhorn en vertrokken op de fiets(!) vanuit München richting Zermatt. De broers schreven de eerstbeklimming van deze imposante noordwand op hun naam en ontvingen hiervoor in 1932 zelfs een Olympische gouden medaille, die Toni Schmid helaas niet meer in ontvangst kon nemen door een dodelijk ongeluk in de noordwand van de Wiesbachhorns.

Door de aantrekkingskracht die de wand heeft, speelt hij ook een cruciale rol bij de ontwikkeling van het moderne alpinisme. In 1965 beklimt de Italiaan Walter Bonatti de noordwand via een nieuwe route, solo en in de winter. Hij heeft hiervoor 4 dagen nodig. Bonatti is zijn tijd ver vooruit en zijn routes behoren tot op de dag van vandaag tot de grote der Alpen.

In de jaren 60 en 70 worden veel wanden artificieel beklommen met alle gevolgen van dien. Het zijn de jaren van de direttissima’s en volgetimmerde hakenlijnen door de tot dan toe schijnbaar onbeklimbare wanden. Echter, in 1969 meldden de Italianen Alessandro Gogna en Leo Cerruti zich in Zermatt om de onbeklommen Zmutt-Nasse door de noordwand van de Matterhorn op hun naam te schrijven. 4 dagen hadden Gogna en Cerruti nodig voor de steile wand. De route gaat de boeken in als ED+ (VI+/A3) en behoorde daarmee lange tijd tot de moeilijkste route van de Alpen. Gogna en Cerrutti lieten zien dat de limiet van het alpinisme niet gezocht moest worden in materiaal maar in het menselijk vermogen:

“In 1969 it was up to us to decide whether we would find solutions in ways that relied on climbing skill, with minimal gear, or whether we’d adopt any conceivable technology. The problem that I considered “final,” after which nothing in the Alps would be worth the trouble, was the Zmutt Nose. For me, it was one that should be solved using only the most strictly necessary equipment, no bolts and no fixed ropes. Years later, this would be called alpine style. The Zmutt Nose, on the Matterhorn’s north-northwest face, is more than 1200 meters long, with a gain of about 2000 meters. It is a majestic setting, a world of its own, a dolomite wall at the heart of the Matterhorn.

Its first section, about 450 meters long, consists of a sixty-five-degree mixed rock and ice slope, with the potential for rockfall. The second, about 500 meters long, contains an unusual stratification: roofs and overhangs separated by bands with sloping holds—all of which repel aspiring climbers. Although the third segment has been battered smooth, it’s less difficult. Precisely for this reason, however, it can hide surprises in bad weather that cannot be underrated, especially after four days of climbing: the more blasted the wall, the more heavily it can be sheathed in snow.

– Alessandro Gogna -“

Hans Lanters tijdens de beklimming van de 'Gogna' in 1989 (photo: Roland Bekendam)

In 1989 droomden de Limburgers Roland Bekendam en Hans Lanters van een herhaling van de moeilijke ‘Gogna’ die toen nog maar een handvol herhalingen telde. In die nazomer klommen Roland en Hans in drie dagen de Gogna-route, die door het dunne laagje ijs op de rotsen nauwelijks af te zekeren bleek. Tot op de dag van vandaag een ongekende prestatie voor Nederlandse begrippen!

Roland Bekendam tijdens de beklimming van de 'Gogna' in 1989 (photo: Hans Lanters)

Drie jaar geleden probeerden de jonge berggids Michael Lerjen en Jorge Ackermann de ‘Gogna’ in één dag te beklimmen, iets wat nog niet eerder gedaan was. Deze spannende en uitdagende beklimming is te zien in de DMFF-film MATTERHORN: DAS LETZTE WORT HAT DER BERG – PIONIERE DER NORDWAND (uitgebracht in Oostenrijk door Jochen Hemmleb en Gerald Salmina op 9 november 2012). De film laat echter veel meer zien en toont de lange en bijzondere geschiedenis van deze imposante wand, het is een must see voor elke alpinist en klimmer!

Michael Lerjen en Jorge Ackermann met op de achtergrond de Matterhorn noordwand (photo: DAS LETZTE WORT HAT DER BERG – PIONIERE DER NORDWAND)

Mis het niet volgende week zaterdag en bestel hier je tickets: www.dmff.eu

Share

Pale di San Lucano: klimmen in een andere wereld

Thursday, June 26th, 2014

Jong en oud vinden elkaar in de Dolomieten. Roland Bekendam en Youri van Vliet hadden het plan om eens samen in de Alpen te klimmen, zo gezegd zo gedaan en vorige week beklommen ze ‘Via Flora’ op de Seconda Pala:

De sms heb ik nog steeds: ‘Zin om volgende week of week daarop in Zwitserland alpine sportklimroutes te doen (Wenden)? Gr Roland’. Nadat ik het bericht op 29 augustus 2013 om 10.26 uur ontvang, krap ik eens flink op mijn achterhoofd. “Roland wie?”, vraag ik mezelf hardop af. Na een paar minuten fronsen, kom ik tot de conclusie dat dit alleen maar Roland Bekendam kan zijn. Maar deze kortstondige opheldering roept gelijk een tweede vraag op: waarom zou Roland met mij willen klimmen?

Vroeger, toen ik als adolescent in Heerlen klom, vond ik Roland maar een curieus type. Altijd gehuld in felgekleurde polo’s en een klimtempo waar ik van gruwelde. Later, toen ik wat ouder en wijzer was, begreep ik dat die “gekkige” man stiekem een enorme bikkel was die al jarenlang een zware baan en gezin wist te combineren met moeilijke beklimmingen in (noord)wanden in de Alpen, de Himalaya, Groenland, Andes en de Dolomieten. Ik daarentegen was maar een eenvoudige sportklimmer die het jaar daarvoor nog van een tamelijk koude kermis was thuisgekomen. Licht gespannen bel ik het nummer van de sms… Daar is inderdaad Bekendams stem. Ik leg hem uit dat ik mij vereerd voel dat hij met mij wil klimmen, maar helaas belet een combinatie van een reeds geplande trip naar de Verdon en werk me om op dat moment Nederland te verlaten. ‘Maar ik hou je aanbod heel graag ten goede’ zeg ik er vlot achteraan, me bewust van deze unieke kans. ‘Laten we anders in mei samen gaan klimmen.’

Het wordt uiteindelijk juni. Locatie: Dolomieten.

De bergen van Pale di San Lucano zijn anders dan andere bergen. Je komt in een wereld die compleet anders is dan je gewend bent. (foto: Roland Bekendam)

In eerste instantie zeggen de Dolomieten mij niet zoveel. Natuurlijk heb ik me in Arco wel eens vergaapt aan de uitlopers van de Italiaanse bergketen, en ik herinnerde mij ook artikelen van mythische routes als Der Weg durch den Fisch en Don Quichot op de Marmolade in het inmiddels ter ziele gegane klimblad Limits. Roland had het echter over een heel ander gebied: Pale di San Lucano. Als ik op internet zoek, komt Google steeds met suggesties voor Pale di San Martino, maar dat is toch echt een ander gebied. En in het ruim 1.300 pagina tellende standaardwerk van de Dolomieten komt het gebied geeneens voor?! Voor Roland is dit tamelijk logisch aangezien, zo legt hij uit, het een van de wildste en avontuurlijkste plekken van de Dolomieten is en dat het een gebied is waar ‘niet zoveel mensen komen’. Aha…

Op zondag 8 juni na negenhonderd kilometer rijden, slaan we rond de klok van 23.00 uur bij Bolzano-Nord af richting Parco Nazionale delle Dolomiti. Terwijl de laatste honderd kilometer op de bochtige weggetjes langzaam aftikken, wint de volle maan langzaam aan hoogte en worden de contouren van de Dolomietenreuzen steeds zichtbaarder. In Agordo slaan we ten slotte rechtsaf het dal in van Pale di San Lucano richting de laatste nederzetting op 843 meter hoogte: Col di Prà. Op een gegeven moment herken ik in de verte de machtige 2900 meter hoge Monte Agnèr van het artikel mannen met ballen. ‘En moet je nu eens naar rechts kijken,’ zegt Roland met een glimlach. ‘Wow!!!’ Terwijl een paar vogels verschrikt uit een boom vliegen, schreeuw ik de “oe’s” en “aa’s” uit. We staan vrijwel recht onder de Seconda pala di san lucano. Als ik even later in mijn slaapzak kruip en uitkijk over de verschillende klimwanden, duizelt mijn hoofd van de enorme omvang. Nu begrijp ik waar Ettore de Biasio het over heeft als hij in zijn indrukwekkende topo schrijft: ‘De bergen van Pale di San Lucano zijn anders dan andere bergen. Je komt in een wereld die compleet anders is dan je gewend bent.’

Om een lang verhaal kort te maken: door een lagedrukgebied dat de hele Alpen voor langere tijd bedekt, weten Roland en ik slechts een route te doen. Maar wat voor één, wat een ervaring! Via Flora (VI-, 850 meter) is een route uit 1981 en kent volgens Ettore de Biasio slechts een dertigtal herhalingen. Direct na terugkomst schrijf ik het volgende verslag:

Via Flora op de Seconda Pala, gezien vanuit Agordo. (foto: Youri van Vliet)

Nou, ik ben met mijn eerste Dolomietentrip behoorlijk met de neus in de boter gevallen. Samengevat: dinsdagochtend ging de wekker om 03.00 uur en ik ben net terug [woensdagochtend 09.00 uur]. Roland gaf aan ‘dat ie dit nog nooit had meegemaakt’.

Roland tijdens de aanloop. (foto: Youri van Vliet)

In Pale di San Lucano tref je ‘bizarre dimensies’ aan. (foto: Roland Bekendam)

Youri tijdens de aanloop. (foto: Roland Bekendam)

Youri halverwege de zeven uur durende aanloop. (foto: Roland Bekendam)

Vooral de aanloop van negenhonderd hoogtemeters door sneeuw en struiken valt behoorlijk tegen. In het gidsje staat er 3,5 uur voor, maar uiteindelijk hebben we het dubbele nodig en kunnen we pas om 11.00 uur aan de vijfhonderd meter hoge wand beginnen. Het klimmen gaat eigenlijk best goed: plaatjes, schoorstenen, hoekversnijdingen, ‘alles d’r op zeg maar’, alles zelf leggen, incluis de meeste standplaatsen. Het klimtempo mag een tikkeltje hoger, maar voor een eerste keer in dit terrein gaat het niet onaardig volgens Roland. Ik ben blij dat ik hier met hem ben. Het zijn echt bizarre dimensies hier. Alles is groot, stijl en je moet verdomd goed weten waar je mee bezig bent. Omdraaien is geen optie, dus als je problemen ondervindt, dan moet maar eenvoudig een oplossing vinden.

Youri in het onderste deel van 'Via Flora'. (foto: Roland Bekendam)

Youri in de vierde lengte 5+. (foto: Roland Bekendam)

Zo worden we geconfronteerd met twee laatste lengtes die zeiknat zijn (de Niagara watervallen tekenden er schril bij af zeg maar). Gelukkig kunnen we via een andere route toch de top bereiken. En dan ben je letterlijk pas op de helft. Zoals gezegd: het is hier groot en als je dan door overmatige sneeuwval de route maar moeilijk kan vinden, dan tikt die klok stiekem best snel door.

Roland in het bovenste deel, de tijd tikt stiekem best snel door. (foto: Youri van Vliet)

Youri uit de wand op zoek naar de afdaling. (foto: Roland Bekendam)

Youri op de topgraat. (foto: Roland Bekendam)

Met het laatste restje daglicht kunnen we gelukkig nog een cruciale abseilpiste vinden en 120 meter abseilen (blijft het touw nu vastzitten? Nee, gelukkig toch niet!!). Met het koplampje en een volle maan (best mooi!:) dalen we tot 02.00 uur zo goed als het gaat af, tot een punt waar we alleen nog maar kolkende rivieren en steile wanden om ons heen zien. Op dat moment vinden we dat het genoeg is voor die dag (klokje rond). We rollen de noodbivakzak (een grote reddingsdeken) uit en tot 06.00 uur bibberen/slapen we wat.

‘s Ochtends schrik ik op van Roland die enthousiast roept: ik zie een paadje! Tijdens de reconstructie komen we erachter dat we heel veel mazzel hebben gehad. Precies op de plek van onze overnachting, was de laatste mogelijkheid om nog op het pad te komen, anders hadden we het risico gelopen om weer honderden meters terug te moeten klimmen! Drie uur later zijn we terug bij de tent: hongerig, moe, maar zo ontzettend blij met de bijzondere ervaring.

In plaats van het slechte weer af te wachten, besluiten we om zuinig te zijn met onze vakantiedagen en terug te gaan naar huis om in september een tweede poging te doen, om nieuwe avonturen te beleven in de Pale di San Lucano.

Wordt vervolgd dus.

– Youri van Vliet –

Bekijk ook het videoverslag van het avontuur:

Klik op een foto voor een groter formaat.

Share

Cascate di Cogne

Tuesday, February 25th, 2014

Vorige week bezochten Roland Bekendam, Jeroen van Ommen en Coen Pijl het mekka van het ijsklimmen: Val de Cogne.

Roland in een van de makkelijke passages van "Cascate di Lillaz" (photo: Coen Pijl)

Het Italiaanse Cogne ligt in een zijvallei van het Aosta dal, zuidelijk van de Mont Blanc en staat te boek als een hotspot voor de ijsklimmer. Tijdens koude winters zijn hier meer dan 100 bevroren watervallen te vinden. Roland, Jeroen en Coen klimmen er tal van routes, o.a. dé klassieker van het gebied “Repentance Super” WI-6 (5 of 6 touwlengtes met een totaal hoogteverschil van 400 meter, waarvan 220 meter bestaat uit de waterval):

“Ik klim de 2e lengte en laat -mezelf vervloekend- vanuit mijn koude handen een schroef vallen.. Verder klim ik gelukkig steady en geconcentreerd omhoog. De standplaats is in een soort grotje en ik geniet tijdens het zekeren van de alpiene ambiance van deze route en het geweldige uitzicht. Roland klimt de verzurende 3e lengte, 15 meter à 90 graden. Met gemak klimt hij ‘t, ik ben stiekem best blij dat ik deze niet voorklim, bedankt!

Roland in de tweede lengte van “Repentance Super” (photo: Coen Pijl)

Roland moet even afkoelen op de standplaats (photo: Coen Pijl)

Daarna volgt een solo-lengte sneeuwcouloir, waarna ik nog een 5e graads laatste lengte klim. Die lengte eindigt met een akward stukje grashakken over een randje om te eindigen op een enorme sneeuwplateau tegen een machtige rotswand…prachtig! Over twee abalakovs en twee geboorde standplaatsen seilen we ab, in 3 kwartier staan we beneden.

Alle drie super genoten vandaag!

– Coen –“

Lees het hele verslag met meer foto’s op www.climbingaffairs.nl

Share

“Alleen erop uit” door Roland Bekendam

Tuesday, October 8th, 2013

Half september zat ik nog steeds niet rustig achter mijn bureau. Ik had deze zomer weliswaar een mooie tijd in de Alpen gehad, maar niet iets geklommen wat me echt voldoening gaf.

Ik kon niemand vinden, en besloot het eens alleen te proberen. Ik had op internet al veel gevonden over rope-solo technieken en gezien dat er veel bij komt kijken. In Beez had ik, klimmend naast Hans Kerkhof en Tim van der Sleen, deze techniek uitgetest. Het touw liep goed door de grigri en ik kon min of meer ongehinderd ‘vrij’ klimmen. Het was wel meteen duidelijk dat deze manier van klimmen veel meer tijd kost dan wanneer je met z’n tweeën bent.

Ik koos de route “Näbel und Chempa” (470 meter, 6a+, 6a obl.) door de zuidwest-wand van de Vorderspitze in het Zwitserse Engelhorner gebied.

"Näbel und Chempa” op de 2619 meter hoge Vorderspitze (photo: Roland Bekendam)

Twaalf lengtes zou ik in één dag kunnen halen, en met de moeilijkheid 6a is er voldoende marge om niet te vallen. Zondag 22 september reed ik naar de Alpen. De webcams lieten zien dat de tot 1300 meter gevallen sneeuw voldoende was weggesmolten en tot donderdag zou het mooi najaarsweer zijn. In het Rosenlaui-dal pakte ik mijn rugzak in, en liep naar de prachtig gelegen Engelhornhut.

Engelhornhütte 1901 meter, de foto is uit 2007 met Harald Swen (photo: Roland Bekendam)

Maandag ging ik om 6.15 op pad. De rugzak was natuurlijk zwaarder dan wanneer je met z’n tweeën bent. De technische uitrusting bevatte o.a. een 10 mm touw om mee te klimmen en een 7 mm dynema touw om eventueel te kunnen abseilen, beiden 60 meter lang. Dank Ollie Coenen voor de snelle levering! Ik had ook wat lichte bivakspullen mee, voor het geval ik te langzaam zou zijn en op of onder de top zou moeten overnachten.

De Vorderspitze rechts van het midden. De anstieg loopt door de goot recht onder de berg (photo: Roland Bekendam)

De anstieg loopt door een goot recht onder de berg. Ik was hier al met Harold Moody geweest voor de Gross Simelistock. Toen klommen we zonder moeite langs een paar ingeklemde blokken, nu was het, met de veel grotere rugzak, een heel geschravel.

Het was nog even zoeken naar het begin van de route, maar toen konden dan de touwen worden uitgepakt. De touwtjes door de sanduhren op het eerste relais waren half vergaan, en ik frutselde er mijn eigen kevlar-touwtjes in. Het klimtouw werd netjes in de Ikea-tas gelegd, zodat het niet zou komen vast te zitten. En dan op weg!

Pffff wat ging dat langzaam! Het voorklimmen kostte niet veel tijd, maar daarna moet je weer abseilen, en gezekerd door een jumar, met de rugzak opnieuw omhoog. Je bent meer met touwhandelingen bezig dan met klimmen zelf. Na drie lengtes kwam de zon al in de wand. Ik rekende uit dat ik de top vandaag misschien niet eens zou halen. Met z’n tweeën klimmend, zou ik al ruim over de helft zijn geweest. Vond ik dit wel leuk? Het opgeven, en nog wat gaan wandelen dan maar? Dan zou ik straks met een kater zitten. Ik besloot uiteindelijk het touw in de eerste twee lengtes te laten hangen en het de volgende dag opnieuw te proberen.

De derde standplaats met de blauwe Ikea-tas en rode rugzak (photo: Roland Bekendam)

De hele middag zat ik in de zon bij de hut. De waard vond het maar vreemd dat een Hollander dit ging doen. “Sie müssen ein ganz gutter kletterer sein um so eine Tour alleine zu machen”, klonk enigszins sarcastisch.

De volgende dag vertrok ik weer op dezelfde tijd. De aanloop door het Ochsental ging nu sneller, en de omgeving was me nog meer vertrouwd. Na anderhalf uur was ik bovenaan de touwen. Het klimmen ging nu beter, en na 4 lengtes besloot ik door te gaan. Het blijft een omslachtige manier van klimmen, maar ik kreeg er steeds meer lol in en raakte in een goed ritme. Na de 6e lengte werd de route veel steiler .

Na de 6e lengte werd de route veel steiler. Soloklimmen geeft saaie foto's... (photo: Roland Bekendam)

De zon scheen vanaf 11.30 in de wand, en ik kreeg het behoorlijk warm. Je staat nooit even stil, maar bent voortdurend in actie. En alle touwhandelingen moeten geconcentreerd en in de juiste volgorde worden uitgevoerd. Voor een rustpauze gunde ik me geen tijd. De goed gedoseerde spanning hield me in beweging. De rots was supervast, en het voorklimmen was altijd fijn. Om 17.45 de top! De laatste lengte was helemaal niet makkelijk. Ik was blij dat ik er was, en dat alles ‘vrij’ klimmend was gelukt. Gelukkig had ik na de eerste dag de handdoek niet in de ring gegooid. Ik genoot van de stilte, het uitzicht op de Kingspitze (nu onder me) en de Wetterhorn. Alles snel in de rugzak en nog 2 uur licht voor de afdaling.

Vanaf de top en in de avondzon afklimmen en abseilen was echt genieten (photo: Roland Bekendam)

Ik wist dat ik de hut ging halen. Uiteindelijk om 20.00 in de hut, toch met het allerlaatste licht. Daar wat gedronken, en met hoofdlampje naar het dal afgedaald. In Hotel Rosenlaui om 10.00 uur in een in Jugendstil opgetrokken gelagkamer nog bier en wat restjes uit de keuken gekregen, met live klassieke muziek op de achtergrond. Voor het eten werd drie franc gerekend. Geweldig, wat een aardige mensen! Naast de auto geslapen, en de volgende dag naar huis.

Conclusie: solo klimmen is echt fantastisch om af en toe te doen (na goede voorbereiding) en voor mij uitdagend, omdat ik uit mijn comfortzone moest komen. Maar er gaat natuurlijk niets boven met z’n tweeën klimmen!

De auteur op de top van de Vorderspitze, voldaan en een beetje moe, maar nog fris genoeg voor de afdaling (photo: Roland Bekendam)

Share

Lezingen

Thursday, January 17th, 2013

Double Dutch Khumbu 2012:

In november publiceerden we het Double Dutch verslag van het Limburgs duo Roland Bekendam en Hans Lanters. De Khumbu Himalaya was het strijdtoneel van Double Dutch, een gebied dat ook wel bekend staat als het overgangsgebied naar het dak van de wereld met reuzen als Everest en Cho Oyu. Ondanks dat ze niet alle klimplannen konden realiseren, kijken Hans en Roland terug op een spannend avontuur met mooie momenten.

Zaterdag 19 januari staat het duo in het hoofdprogramma van het DMFF in de Stadsschouwburg van Heerlen! Wie deze voorstelling mist krijgt nog een herkansing want op 25 januari geven Hans en Roland de lezing ook nog een keer in Rocca Gulpen.

Datum: vrijdag 25 januari 2013
Locatie: ROCCA Sport & Adventure, Landsraderweg 13 in Gulpen
Aanvang: 20:00 uur
Entree: gratis
Info: +31 (0)43 – 450 47 47 of info@rocca.nl
Organisatie: Rocca Gulpen

Panorama van de Double Dutch, vlnr: Everest, Nuptse, Lhotse, Cholatse en rechts de graat van de Taweche (photo: Roland Bekendam)

 

What about the Half thats never been told:

De jonge Belgische klimmers Yannick de Bièvre en Sam van Brempt vertellen over hun klimervaringen in Kirgizië, Peru, Alaska en Patagonië. Zij nemen u mee op een verkenningstocht tussen hoge toppen en diepe dalen vol beeld, geluid en emoties!

Yannick en Sam beleefden de gekste avonturen: een 7000-er in Kirgizië, de prachtige bergen in de Peruaanse Andes, een moeilijke route op Noord-Amerika’s hoogste en koudste berg, maar ook dichter bij huis in de Alpen werd er stevig geklommen.

Tijdens deze avonturen werden zowel de pieken als dalen gefotografeerd en gefilmd, die zij nu met u willen delen. Zij nemen u mee op een visuele trip van verlangens, dromen en tegenslagen van echte bergliefhebbers met passie. Meer info op www.limburg.nkbv.nl.

Datum: vrijdag 26 april 2013
Locatie: Café/Zalencentrum Keulen, Schoolstraat 3 in Klimmen
Aanvang: 20:00 uur
Entree: € 5,00 voor NKBV-leden (lidmaatschapskaart!) en € 8,00 voor niet-leden.
Info en aanmelden: abijlsma@tellenge.nl
Organisatie: NKBV Regio Limburg

Share

Verslag Double Dutch Khumbu

Wednesday, November 28th, 2012

In september konden jullie al lezen dat het Limburgs duo Roland Bekendam en Hans Lanters in de startblokken stond voor hun vertrek naar de Khumbu Himalaya in Nepal. Een gebied dat ook wel bekend staat als het overgangsgebied naar het dak van de wereld met bekende toppen als de Mount Everest en Cho Oyu. Inmiddels is de Double Dutch Khumbu 2012 weer veilig thuis en ondanks dat zij helaas niet al hun dromen waar konden maken, kijken Hans en Roland terug op een spannend avontuur met veel mooie momenten.

Rechts de Taweche met zijn hoofd- en noordtop. Links Cholatse. (photo: Roland Bekendam)

Lees Roland zijn verslag en kom naar zijn lezing op het internationale Dutch Mountains Film Festival van 18, 19 en 20 januari 2013 in Heerlen!

“Na ruim een week in de bergen zijn Hans en ik klaar voor ons eerste klimdoel, de 1000 meter hoge, grotendeels nog onbeklommen oostwand van de Kyajo Ri (6186 meter). Op 20 oktober klimmen we de eerste twee lengtes en hijsen de kleine haulbag naar het bovenste relais. Als we weer terug zijn bij de tent, hebben we geen van beiden echter een goed gevoel over de route. Deze lijkt weliswaar qua moeilijkheid geen probleem, maar na 11:30 uur is de zon weg en duikt de temperatuur naar -10 graden, nogal koud voor een rotsroute. Op zich is dat ook nog wel te doen, zij het dat we door de kou meer tijd nodig zullen hebben dan gepland. Belangrijker is dat de wand geheel droog is en geen sneeuw of ijs bevat. Dit zou betekenen dat we drie dagen niets te drinken en nauwelijks te eten hebben. We hebben al 35 kg aan gewicht mee te nemen, en ook nog vele kilo’s water erbij is geen optie. We zouden ook niet weten waar dat water in te stoppen. Deze wand is voor het voorjaar, wanneer er sneeuw in de wand ligt en het veel minder koud is. We zijn het al snel eens de volgende dag de haulbag op te halen en weer af te dalen naar Machermo. Daarna gaan we over een pas van ca. 5400 meter naar het westen. De afdaling aan de andere kant is ook droog, dus we moeten over stijl puin en rotsplaten een weg zoeken. We kamperen uiteindelijk op 5200 meter aan een bevroren meer. De dikte van het ijs bepalen we met een ijsschroef, want de volgende dag moeten we hierover heen. Vanaf dit kampje beklimmen we de volgende dag, 24 oktober, de Kyajo Ri via de 40 a 50 graden steile zuidwest-flank.

Roland in de zuidwestflank van de Kyajo Ri (photo: Hans Lanters)

Hans in de zuidwestflank van de Kyajo Ri (photo: Roland Bekendam)

Het couloir naar de flank bestaat uit ronde blokken, maar de flank zelf biedt perfecte firn, zij het onderbroken door een rotsband van 100 meter, die er een paar jaar geleden nog niet was. Helaas bleek dit de enige dag met echt slecht weer te zijn. Eerst verschijnen er cirruswolken, dan trekt het dicht en gaat het sneeuwen. We willen nu echt graag naar de top en laten ons niet tegenhouden. Voor het topgraatje pakken we het touw nog even uit en om half drie staan we op het hoogste punt, zonder uitzicht helaas. Door de verse sneeuw is de afdaling door het keien-couloir een glibberpartij, maar om zeven uur zijn we weer terug bij de tent.

Roland op de top van de Kyajo Ri (photo: Hans Lanters)

Daarna staat de eerste beklimming van de noordgraat van de Taweche (6501 meter) op het programma. We hebben de graat al van alle kanten goed kunnen bekijken. Er zitten steile stukken in en een kilometer lange scherpe, knife-edge graat tussen de nog onbeklommen noordtop van ca. 6350 meter en de hoofdtop. Maar door de goede sneeuwcondities op de Kyajo Ri zijn we optimistisch. De klim naar de col tussen de Cholatse en de Taweche blijkt niet eenvoudig te zijn. Tot 5400 m ligt er geen sneeuw, en dat betekent dat we over gletscherpuin omhoog moeten. Haast iedere kei beweegt, zo’n gribus hebben we in de Alpen nog niet meegemaakt. Het is zo vermoeiend, dat we vanuit een kampje op 5050 meter, tot waartoe drager Lakudan ons geholpen heeft, slechts 300 meter hoger komen en de lasten in twee keer omhoog dragen. Bij een eerste poging het couloir onder de col in te komen stuit ik op verticaal bevroren puin. We proberen het daarna wel met succes in de brakke rotsen meer rechts. Hier gaan we de volgende dag omhoog. Na een enge stijgende traverse met drytool-bewegingen in bevroren puin staan we in de steile poedersneeuw. Nog redelijk vroeg in de middag komen we op de col aan. Er zijn hier slechts één maal eerder mensen geweest, een Britse expeditie in 1983. We zien nog een restje touw hangen. Na twee uur hakken staat het tentje op de messcherpe graat. We hebben prachtig uitzicht op Everest, Lhotse en Makalu.

Hans op de noordgraat van de Taweche, met bovenaan in beeld het omkeerpunt (photo: Roland Bekendam)

De volgende dag, 5 november, gaan we op weg naar de noordtop. De hoofdtop hebben we al afgeschreven, omdat we twee dagen langer onderweg zijn geweest en onze voedselvoorraden al erg krap waren. Zoals het hele seizoen, is het koud (- 25 graden) en de donsjas komt goed van pas. We voelen ons sterk en klimmen zonder touw snel over de graat. We denken aan het begin van de middag op de noordtop te zijn, maar aan die droom komt ruw een einde. We stuiten op een 100 meter hoog, vrijwel verticaal gedeelte van rotsen met een paar meter poedersneeuw erop. De bijlen hebben hier geen enkel houvast en zekeringen aanbrengen is niet mogelijk. We hebben geen keus en besluiten een beetje teleurgesteld om te draaien.

Roland bij het omkeerpunt op de noordgraat van de Taweche (photo: Hans Lanters)

Daarna beklimmen we nog de Pokalde (5810 meter) in een lange dag vanaf Pheriche. De laatste week heb ik te kampen met een darminfectie en breng heel wat uren door op het toilet. Ik val 7 kg af, maar het voordeel is dat ik nu in uitstekende sportklimconditie ben. Terugkijkend, hebben we alles bij elkaar een goede tijd gehad. Er waren teleurstellingen, maar we hebben spannende avonturen beleefd en mooie foto’s gemaakt. Heel belangrijk is dat we goed hebben samengewerkt en het altijd eens waren over wat we wel en niet gingen doen. Daarnaast hebben we weer veel geleerd en veel ervaring opgedaan. Kortom, succesvolle mislukkingen.

– Roland Bekendam –“

Share

DOUBLE DUTCH KHUMBU 2012

Sunday, September 23rd, 2012

Op 7 oktober vertrekt het Limburgs duo Roland Bekendam en Hans Lanters naar de Khumbu Himalaya in Nepal, ook wel bekend als een overgangsgebied naar het dak van de wereld met toppen als de Mount Everest en de Cho Oyu. De laatste 10 jaar wordt dit gebied steeds vaker bezocht door kleinschalige alpiene teams die routes beklimmen op de 6000 meter hoge pieken. Veel van deze bergen bieden uitdagende technische routes en bovendien zijn er nog volop eerstbeklimmingen mogelijk.

De Double Dutch Khumbu 2012 heeft als doelstelling om in oktober en november twee bergen te beklimmen via nieuwe routes in alpiene stijl:

De Kyajo Ri (6186 meter) is de eerste berg met als doel de eerstbeklimming van de duizend meter hoge oostwand. Zowel in 2003 als in 2011 werden al door Nederlanders pogingen gedaan om deze onbeklommen lijn te beklimmen. De Kyajo Ri kan daarom met recht als een echte “Nederlandse” berg bestempeld worden.

De onbeklommen oostwand van de Kyajo Ri (photo: Roland Bekendam)

De tweede berg is Taweche, of Taboche, Tawoche, Tobuche, Tawache, Tāuje … allemaal verschillende namen voor één berg. Ook over de hoogte bestaat er geen duidelijkheid: 6542, 6367, 6515 meter … De NMA (Nepal Mountaineering Association) houdt 6501 meter aan waardoor de berg als een “echte” top (verplicht permit en liaison officer e.d.) geregistreerd staat. DDKT 2012 heeft zijn zinnen gezet op de eerstbeklimming van de N-NW graat, die omhoog voert vanuit de col tussen Cholatse en Taweche, waarbij de route ‘en passant’ nog een onbeklommen voortop overschrijdt van ± 6350 meter.

Taweche met zijn maagdelijke noordgraat, loopt van rechts naar links via een nog onbeklommen top (photo: Roland Bekendam)

Roland en Hans zijn oudgedienden binnen de Nederlandse klim- en bergsport met een indrukwekkende staat van dienst. Weliswaar zijn beiden 50-plus maar nog altijd actief en gezamenlijk vertegenwoordigen zij meer dan 65 jaar alpiene ervaring!

Share

Direttissima oostwand Pizzo di Loranco

Tuesday, September 11th, 2012

Op 28 augustus beklommen Roland Bekendam en Harald Swen de Diretissima door de oostwand van de Pizzo di Loranco (3363 meter en ook wel bekend als Mittelrück), op de grens van Zwitserland en Italië.

Direttissima oostwand Pizzo di Loranco (photo: Roland Bekendam)

“De bovenste 350 van de 500 meter hoge route gaat eerst door een overhangende zone en dan over een glad schild van gneisgesteente, waar een systeem van spleten, soms onderbroken door plaatpassages, net een doorgang bieden. De route is hier continu moeilijk (6a-7b) en spannend, ook omdat er nauwelijks haken in zitten. Door de traverses in de route en het ontbreken van betrouwbare haken op de standplaatsen is terugkeren al na enkele lengtes op het schild geen optie meer.

Roland in de zesde lengte (7a) van de Direttissima, die door de overhangende zone naar het schild leidt. Oostwand van Pizzo di Loranco (photo: Harald Swen)

Hoewel de route buiten Italië vrijwel onbekend is, gaat het om de moeilijkste alpiene rotsbeklimming van de Walliser Alpen. In 2007 was deze route uit 1986 slechts negen keer herhaald, maar de route is echt aan te bevelen! Het vertrek vanuit het prachtig gelegen bivak “Citta di Varese”, waar de steenbokken je ’s avonds komen bezoeken en het mooie uitzicht vanuit de wand op het Lago Maggiore zijn zeer de moeite waard.

– Roland -”

Route-info:
Oostwand Pizzo di Loranco (Mittelrück, 3363 meter)
Direttissima, 500 meter, ED+, 7b (6c obligatoire)
Eerstbeklimming door Roberto Pe en Marco Borgini in 1986

Share

Mannen met ballen

Tuesday, August 14th, 2012

De Limburgers Roland Bekendam en Hans Lanters (eigenaar klimhal Rocca Gulpen) klommen woensdag 4 juli de Noordoost kante “Via Oggioni” op de Spiz d’Agnèr in de zuidelijke Dolomieten.

De route werd geopend in 1961 door Armando Aste, samen met Solina en Miorandi, en opgedragen aan hun overleden vriend Andrea Oggioni, die eerder dat jaar was verongelukt tijdens de eerstbeklimming van de Frêney peiler op de Mont Blanc.

View to Monte Agner and Spiz d'Agnèr (photo: Mario Drufovka)

Met een gradering van ED-/VI+ (VII- obl.) en 750 meter wandhoogte behoort deze tocht misschien niet tot de moeilijkste, maar door het geëxponeerde terrein en de ruige omgeving wel tot een van de wildste avonturen van de Dolomieten! In het routeboek (Tourenbuch) van het Bivak-hutje zijn van 1986 tot 2005 slechts 12 herhalingen geregistreerd!

“Wer hier einsteigt, sollte über eine umfassende alpine Erfahrung verfügen, denn die Route ist anspruchsvoll mit all den damit verbundenen Risiken und Nebenwirkungen.
Bron: www.topoguide.de

“Het is een van de wildste en avontuurlijkste tochten van de Dolomieten, die, in tegenstelling tot zijn iets grotere broertje, de bekende Noord-kante van de Monte Agner, zelden wordt geklommen. Sinds de eerste beklimming in 1961 is de route minder dan 25 keer gedaan. De Anstieg is al een tocht op zich, met brokkelzooi, traverses, afklimmen en weer een couloir omhoog. We deden er 4,5 uur over. De route zelf loopt over een prachtige, steile kant, met af en toe mooie klimpassages, maar ook, vooral bovenin, slecht af te zekeren brokkelige rots die de volle aandacht vraagt. En nauwelijks een haak te bekennen. We hebben dus vrijwel alles gezekerd aan nuts, camelots en sanduhren. Terugkeren is al snel geen optie meer. Qua stijl was het klimmen afwisselend: spleten, schoorstenen, platen, overhangetjes. Doordat we wat moeite hadden bovenin het routeverloop te vinden, waren we pas om 20:15, 2 uur later dan was voorzien, op de top. We hadden gedacht dan al in het dal van Frassene, aan de zuidkant, te kunnen kijken. Dat viel mooi tegen. Voor ons strekte zich nog een heel bergmassief uit. Zo snel mogelijk begonnen we aan de afdaling.

"Via Oggioni" Spiz d'Agnèr (photo: Roland Bekendam)

Over een soort rampe, boven enorme afgronden klommen we 2 uur lang af. De beschrijving van de afdaling was vaag. Op ons instinct vonden we de weg. Net voordat het helemaal donker was zagen we boven ons een steenmannentje. Hier moesten we juist even omhoog om op een volgende rampe te komen. We hadden geen bivakspullen, maar overnachten was geen probleem geweest. De volgende morgen zou het echter weer gaan onweren, dus we wilden nog zo veel mogelijk afdalen. Uiteindelijk kwamen we in een goor couloir, waar we in het donker voorzichtig afklommen. We sloegen 2 haken voor een veilige abseil, en klommen weer verder af. Eindelijk werd het minder steil en voerde een laatste abseil ons naar wandelterrein. We wisten dat we de hut gingen halen. Dat we boven een rotswand uitkwamen en weer een stuk terug moesten kon de pret niet drukken. We zagen de lichtjes van de hut. Die leken de eerste 1.5 uur lopen niet dichterbij te komen, maar opeens waren we er bijna, getuige blaffende waakhonden.

Vanachter de bar pakten we wat blikjes frisdrank en bier (keurig briefje achtergelaten). Het was 1:30. De volgende morgen genoten we in een sierlijk ingerichte kamer, gewijd aan de op de Sass Maor omgekomen klimmer Biasin, van een heerlijk ontbijt met gebakken eieren en ham. Met de donder als achtergrondmuziek. Het personeel van de Scarpa-hut was allervriendelijkst. Het leven kan goed zijn.

Route info: Hoogte 1150 meter, waarvan 350 meter voorbouw. Waardering ED -, 7-, alles red-point geklommen.

– Roland -”

Thanks for the photo Mario!

Share

Irmo, Dominic en Roland op DMFF

Sunday, March 4th, 2012

Limburg maakt zich op voor het Dutch Mountains Film Festival aanstaande zaterdag 10 maart 2012. Het DMFF pakt dit jaar met een uitgebreid middag- en avondprogramma én veel leuke nevenactiviteiten groot uit in de stadsschouwburg van Heerlen.

Vorige week ontving ik de foto’s van de drie fotografen voor de DMFF-expositie. Dominic Verhulst, Irmo Keizer en Roland Bekendam komen met indrukwekkend beeldmateriaal voor de dag, een gevarieerde collectie die zelden vertoond is in deze combinatie.

Mountainbiken en fotograferen zijn twee hobby's die bij Irmo al vroeg een grote rol in zijn leven speelden. Het natuurschoon van de Zuid-Limburgse bossen was de bron van inspiratie voor het vastleggen van mooie beelden en de eerste stap naar professionele fotografie (photo: Irmo Keizer)

Bestel snel je kaartjes op www.dmff.eu.

Share

Dutch Mountains Film Festival

Wednesday, February 1st, 2012

In het randprogramma van het DMFF 2012 is ook een foto-expositie van drie bijzondere fotografen met elk hun eigen blik op de bergen:

Dominic Verhulst
Een fototoestel was het beste cadeau dat de jonge Dominic van zijn grootvader kon krijgen. Zijn passie werd uiteindelijk een professioneel leven, waarbij zijn specialisatie zich richtte op industrie en architectuur en later op daily life reportages. Tot Dominic de uitdaging van de persfotografie ontdekte. Tot op de dag van vandaag combineert Dominic nog steeds beiden velden en heeft hij zijn werkterrein uitgebreid met de realisatie van zijn jongensdroom: Een fotoboek over het Hoge Noorden.

Majestueuze ijsbergen in de Disko Bay van Ilulissat in Groenland (photo: Dominic Verhulst)

Afkalvende gletsjers aan de westkust van Groenland (photo: Dominic Verhulst)

Irmo Keizer
Mountainbiken en fotograferen zijn twee hobby’s die bij Irmo al vroeg een grote rol in zijn leven speelden. Het natuurschoon van de Zuid-Limburgse bossen was de bron van inspiratie voor het vastleggen van mooie beelden en de eerste stap naar professionele fotografie. Irmo fotografeert tegenwoordig in de commerciële wedstrijdsport en maakt reisreportages.

Roland Bekendam

Fotografie en klimmen zijn voor Roland onlosmakelijk met elkaar verbonden. Een klimtocht zonder foto’s is voor Roland een gemiste kans. Dus waagt hij zich al 30 jaar met zijn camera aan zijn gordel aan uitdagende klimtochten in rots en ijs. Roland wil met zijn camera de intense belevenissen vastleggen tijdens een klimtocht en maakt anderen op deze manier graag deelgenoot van zijn avonturen.

Lees meer over deze fotografen en de rest van het randprogramma op www.dmff.eu.

Dutch Mountains Film Festival 2012: Zaterdag 10 maart in de Stadsschouwburg van Heerlen.

Share